Mensen in armoede worden voortdurend geconfronteerd met vooroordelen. Ze willen niet werken, hebben de nieuwste gsm, staan met een mooie auto voor de deur van hun sociale woning, ... . Op deze blog doorprikken we die vooroordelen met verhalen en voorbeelden uit de praktijk. Verhalen die de dagelijkse strijd om te overleven van mensen in armoede heel tastbaar maken. De blog moet leiden tot meer respect en luisterbereidheid tegenover mensen in armoede.

Nieuws

"Ik heb me nooit ergens aanvaard gevoeld"

"Ik heb me nooit ergens aanvaard gevoeld"

7/12/2017
Toen ik 12 jaar was heb ik mijn moeder verloren. Eerst woonde ik bij mijn vader, maar toen ik van lagere school kwam stuurde die mij naar X. op internaat. Zo had hij een oplossing voor mij tot ik 14 was en kon gaan werken, tot ik ‘mijn plan kon trekken’. Ik heb daar 2 jaar gezeten en heb in al die tijd nauwelijks bezoek gekregen.

Mijn moeder heb ik eigenlijk niet goed gekend, de laatste jaren voor ze stierf was ze altijd ziek, ziekenhuis in ziekenhuis uit. Mijn vader had een drankprobleem. Wij zijn eigenlijk nooit door mijn vader aanvaard geweest, hij zei altijd dat wij ‘probleemkinderen’ waren. Mijn jongste zus is trouwens ook geplaatst geweest, dat deed pijn, zij was de enige die ik nog had, wij moesten met zijn tweetjes voor elkaar en voor onszelf zorgen, en dan zetten ze haar ook nog eens weg, tot ze 21 was.

Na 2 jaar kwam mijn vader mij in X. opzoeken en zei hij mij dat ik een nieuwe moeder had. Die vrouw had 3 kinderen en al kleinkinderen, ik voelde mij daar teveel. Toen ben ik daar weg gegaan en bij mijn oudste zus gaan wonen.

Ik ben dan beginnen werken, een keer hier, een keer daar, veel ook op de foor. Dat heb ik enkele jaren gedaan. Met mijn oudere zus had ik niet zo’n goede band, zij was veel ouder dan ik en had zelf al kinderen die maar iets jonger waren dan ik. Die had ze trouwens op dezelfde manier als bij mij gebeurd was laten plaatsen in X., dan had zij de vrijheid om uit te gaan. Zij had daar echt een probleem mee. Ik gaf mijn geld aan haar af en zij verbraste dat aan de paardenkoersen op de renbaan bij ons in de streek.
In die tijd ben ik stilletjes beginnen drinken, heel jong dus al, ik was 15. Tegen dat ik 18 was had ik een echt probleem.

In het leger werd dit nog erger. Ik zat in het Klein Kasteeltje in Brussel, ik had een aanvraag gedaan om naar Duitsland te kunnen, maar mijn vader moest daar toestemming voor geven en hij wilde dat niet, dat was voor mij echt een frustratie. Toen ik daar buiten kwam heb ik echt aan de grond gezeten. Ik sliep meer dan een half jaar op straat, ook een dikke maand in een soort pension voor mannen, dat was zo’n zaaltje achter een café met bedden, mijn kleren die kon ik ergens onderbrengen.

Ik ben dan terug op de foor beginnen werken en ben daar opgevangen door een foorkramer. Hij werd mijn ‘stiefvader’. Ik heb van dan af in een caravan gewoond in Y., daar heeft hij mij mee geholpen. Hij zorgde er ook voor dat ik een eigen schietkraam kon uitbaten, dat heb ik jaren gedaan. Ik deed over heel België kermissen.

Maar mijn drankprobleem bleef duren en was op de duur niet meer houdbaar. Eigenlijk is het een goeie vriend van mij die mij daarover aan het denken gezet heeft, hij was politieagent en hij kwam mij regelmatig opzoeken waar ik woonde, zei mij dan dat ik zo niet verder kon. Toen hij veel te jong overleed, ik was toen 29, heeft mij dat heel erg aangegrepen. Ik ben daar maanden niet goed van geweest. Hij liet een vrouw en 2 kleine kinderen achter. Ik heb toen zelf de stap gezet om een ontwenningskuur te gaan volgen.

Tijdens die hele periode dat ik op de foor werkte was ik niet arm, maar rijk nu ook weer niet. Mijn kraam, dat ik nog zelf heb gebouwd, bracht genoeg op om de ‘merchandise’ aan te kopen en bij momenten kon ik stukjes sparen, maar verder verdiende ik maar net genoeg om te wonen en te eten en te drinken, op vakantie ben ik nooit gegaan. Natuurlijk kostte de drank mij wel geld, maar echt in de problemen kwam ik niet. Ik ben al die tijd ook alleen gebleven, heb wel eens iemand gehad, maar als die dan begon over de foor laten… dat was mijn leven he, dan liever alleen.

Het is nu 16 jaar geleden dat ik door gezondheidsproblemen –ik had last van mijn rug…- ben gestopt met de foor. Mijn stiefvader wilde nog wel iets regelen zodat ik mijn kraam door iemand anders kon laten doen, maar uiteindelijk heb ik alles van de hand gedaan. Met de opbrengst en wat spaarcentjes kon ik mij een klein huisje permitteren. Ik ben van dan af wel op de ziekenkas terecht gekomen, werken zat er niet meer in, krap is dat zeker, maar wat heeft een mens meer nodig dan een dak boven zijn hoofd en een tafel en een bed? Nu ja, ‘ge moet zaaien naar de zak’ he. 

Ik ben in die tijd dan aan vrijwilligerswerk beginnen doen. Ben mee groepsbijeenkomsten beginnen organiseren, mee sociaal-artistiek theater beginnen doen, ben al die tijd overal gaan duwen en trekken tot we hier in de stad een eigen vereniging waar armen het woord nemen hebben kunnen oprichten, heb van in ’t begin ook mee aan de kar getrokken van het Vlaams forum, wat later het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen is geworden, het Netwerk tegen Armoede, ben op een bepaald moment ook de opleiding opgeleide ervaringsdeskundige gaan volgen.

Ik denk dat mijn drijfveer altijd dat gevoel is geweest van niet aanvaard te worden. Ik heb mij heel lang nergens aanvaard gevoeld. Als kind niet door mijn ouders en niet door mijn grote zus en nadien op de foor ook niet -‘gasten die bij de foor werken da’s krapuul’. Dat gevoel heeft zeker bijgedragen aan mijn drankprobleem, maar het is ook dat gevoel geweest waardoor ik mij als vrijwilliger sociaal ben beginnen engageren, omdat ik het ook bij andere mensen herkende. 
Lees meer over ""Ik heb me nooit ergens aanvaard gevoeld""
"Artsen luisteren niet naar wie arm en ziek is"

"Artsen luisteren niet naar wie arm en ziek is"

9/11/2017
Jaren liep Mira* rond met medische klachten voor ze te weten kwam wat er aan de hand was. “Men wilde mij simpelweg niet geloven. Het was echt een calvarietocht om een arts te vinden die mij ernstig nam.” Voordien was haar huwelijk stuk gelopen. Haar job had ze opgegeven om voor haar gezin te zorgen. Ze hield dus niks over aan sociale rechten. “Het is jaren geleden, maar ik herinner het mij nog zoals gisteren. Op 29 augustus ging mijn man weg en op 1 september zat ik zonder inkomen.”
 
Op 37-jarige leeftijd werd ze zwaar ziek, een systeemziekte, en later ook nog borstkanker. “Ik had financiële problemen en moest twee kinderen zien op te voeden, van 18 en 5. Ik had een hospitalisatieverzekering, maar ik moest wel alles voorschieten: consultaties bij huisarts en specialist, dure geneesmiddelen. Het duurt toch een maand of drie voor je dat terugbetaald krijgt. Mijn ziekte sloeg met andere woorden een groot gat in mijn budget.” Van het Ocmw kreeg ze wel noodhulp, maar het blijft vechten om te overleven met een minimaal inkomen.
 
En daar kwam het ongeloof van artsen nog eens bovenop. “Ik kreeg voortdurend te horen dat het allemaal zo erg niet was, dat het tussen mijn oren zat. Ik werd simpelweg wandelen gestuurd. Je leeft in voortdurende onzekerheid. Een heel moeilijke periode om door te komen. Ik wist, ik voelde dat ik heel ziek aan het worden was. Als je dan overal op een muur van ongeloof botst, ben je de wanhoop nabij. Ook van mijn huisarts kreeg ik maar weinig ondersteuning. Dat ik in armoede leef, heeft veel met dat ongeloof te maken. Je wordt gewoon niet als een volwaardig mens gezien.”
 
Na veel pijnlijke omzwervingen kwam ze uiteindelijk in het UZ in Gent terecht, waar men haar wel degelijk onderzocht heeft. Mira leidt nog steeds aan een systeemziekte, waardoor ze geregeld ontstekingen oploopt aan de klieren, veel spierpijn heeft en moeite heeft met slikken. “Het blijft heel moeilijk, maar ik kan nu ten minste ergens terecht met mijn problemen. De ziekte zal niet voorbijgaan, maar ik word nu wel geholpen om er zo goed mogelijk mee om te gaan. Het enige nadeel is dat ik heel geregeld vanuit Oostende naar Gent moet om mij te laten behandelen. Een hele rit, die ook geld kost, maar dat moet ik erbij nemen.”
 
Sinds enkele jaren heeft ze ook de weg gevonden naar de Beweging van Met een Laag Inkomen en Kinderen (BMLIK) in Oostende. “Dat heeft mij terug zelfvertrouwen en zelfrespect gegeven. Je kunt er terecht zoals je bent. Voor mij is de Beweging heel belangrijk geweest om de eenzaamheid te doorbreken. IK ben nog altijd ziek, heb nog altijd een laag inkomen, maar ik sta er nu toch niet meer alleen voor.”
 
*Mira is een schuilnaam om de privacy van betrokkene te beschermen.
Lees meer over ""Artsen luisteren niet naar wie arm en ziek is""
Nederlands leren om met je kinderen over school te kunnen meepraten

Nederlands leren om met je kinderen over school te kunnen meepraten

6/09/2017
Ook wie hier geboren en getogen is, kan geconfronteerd worden met een moeilijk te overbruggen taalbarrière. Albert, Bart en Marie-Louise kunnen ervan meespreken. Zij volgen al ruim 5 jaar Nederlandse les bij Ons Huis in Mol. Gosha is van Poolse afkomst en vond het ook belangrijk om zich te verdiepen in het Nederlands. Allemaal hebben ze hun eigen reden en motivatie: om je kinderen te kunnen opvolgen op school, om brieven te kunnen lezen, om je naam onder een document te durven zetten, …
 
De lessen zijn heel laagdrempelig opgevat en vertrekken vanuit de leefwereld van de cursisten. “We gebruiken teksten die letterlijk en figuurlijk uit het leven gegrepen zijn,” zegt lesgever Claudette. “We zoeken naar moeilijke woorden en proberen er samen achter te komen wat hun betekenis is.”
 
“Ik heb van thuis uit weinig leesvaardigheid meegekregen”, vertelt Marie-Louise. “En dan komt die nieuwe spelling er nog bij. Vroeger durfde ik nauwelijks een document te ondertekenen. Zo bang was ik om een fout te maken en te moeten toegeven dat ik eigenlijk niet zo goed kon lezen en schrijven. Door mijn kennis hier bij te spijkeren, heb ik veel meer zelfvertrouwen gekregen. Het maakt dat ik veel minder schrik heb en uit mijn isolement kon treden.”
 
Bart wilde vooral zijn dochter beter kunnen opvolgen op school. “Als je zelf moeite hebt met lezen, is dat onbegonnen werk. Nu kan ik haar huiswerk goed opvolgen. Ze zit nu in het zesde leerjaar. Het geeft ons allebei veel meer voldoening. Ik voel me nu sowieso ook veel meer betrokken bij school.”
 
“Brieven die je krijgt van belastingen of andere overheidsdiensten zijn vaak in heel moeilijke taal geschreven. Ik begreep er vaak niets van.” Dat was de motivatie voor Albert om zijn Nederlands bij te schaven. “Je hebt toch voortdurend schrik dat je verkeerd reageert op een brief of niet op tijd. Nu kan ik dat allemaal veel beter beheersen.”
 
Gosha sprak geen woord Nederlands toen ze in ons land aankwam. Nu trekt ze zich heel vlot uit de slag. “Eerst heb ik het op mezelf geprobeerd, door naar Samson te kijken”, vertelt ze. “Als eerste stap lukte dat wel, maar ik wilde me echt vlot kunnen uitdrukken. Daarom ben ik hier les beginnen volgen. Uitspraak en woordvolgorde, dat blijft heel moeilijk aan het Nederlands, maar dankzij de lessen in Ons Huis lukt het wel.”
 
Voorzitter Gust Van Dongen zette van bij het begin zijn schouders onder het initiatief. “Onze lessen Nederlands zijn gegroeid uit de computerlessen die we eerder al organiseerden. We merkten dat mensen soms heel veel schroom hadden om zich in onze groep te uiten. Dat had vaak ook te maken met een gebrekkige taalkennis. Sommige mensen hebben het echt bijna van nul weer moeten oppikken.”
 
De lessen gebeurden aanvankelijk met actieve steun van het Centrum voor Basiseducatie. “Mensen kunnen ook bij hen les gaan volgen, maar dat moet dan in Geel of Turnhout en dat is niet echt haalbaar voor hen. Vandaar dat we het hier organiseren. We organiseren de lessen nu zelf, maar we krijgen nog altijd veel hulp van Basiseducatie, onder meer onder de vorm van lesmateriaal.”
Sommige leerlingen hebben de smaak echt te pakken gekregen en wilden een versnelling hoger schakelen. “Daarom starten we nu met een groep niveau 2, waar de lessen een stukje sneller en moeilijker zijn. Zo kunnen we iedereen op zijn eigen tempo vooruit helpen. Het mooiste resultaat is toch dat mensen veel mondiger zijn geworden. Ze zeggen nu ook tegen ons. Als je een tekst schrijft, zorg dan dat ik hem versta. Het is iets wat we heel erg ter harte nemen. Een permanent aandachtspunt, want het is veel gemakkelijker om je tekst vol te stouwen met moeilijke termen dan om iets helder te verwoorden.”
Lees meer over "Nederlands leren om met je kinderen over school te kunnen meepraten"
"Schulden blijven als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen"

"Schulden blijven als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen"

5/07/2017
Saïda is een kranige vrouw, trotse alleenstaande moeder van vijf kinderen. Ze werkt in de huishoudsector. Met een loon 5 kinderen onderhouden is geen eenvoudige opgave. “Maar het lukt. Het moet wel. Toen ik getrouwd was, had ik het slechter dan nu. Mijn ex-man gooide het geld langs ramen en deuren naar buiten. Ik worstel nu nog altijd met de schuldenberg waar hij ons mee opzadelde. Wij trekken ons wel uit de slag, maar die schulden blijven als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen.”
 
Saïda’s kinderen zijn tussen 9 en 21 jaar oud. De oudste is inmiddels afgestudeerd. “Ik heb zelf nooit de kans gehad om te studeren, maar ik wil dat mijn kinderen een betere toekomst hebben. Daar heb ik alles voor over. Schoolfacturen komen soms hard aan, maar gelukkig kan ik op veel begrip rekenen van het schoolteam. Ik kan facturen gespreid betalen zodat we het toch kunnen bolwerken. Ze kunnen via school een laptop huren aan €50 per maand. Voor mij is dat heel belangrijk, want het zijn zo’n dingen die het verschil maken tussen rondkomen of niet.”
 
Saïda heeft wel een eigen woning en daarvoor betaalt ze elke maand €733 af, met nog eens €250 voor gas en elektriciteit. Haar loon is €1.400 per maand, dus de afbetaling neemt een grote hap uit het gezinsbudget, maar toch is Saïda blij dat ze haar eigen stek heeft. “Huren zou mij evenveel kosten en vanaf 2032 is deze woning in principe van mij.” In principe, want door de schuldenberg van haar ex blijft de toekomst onzeker. “Ik ervaar dat als zeer onrechtvaardig, in het bijzonder voor mijn kinderen. Wij vechten elke dag om rond te komen, leven heel zuinig. Mijn kinderen krijgen nooit een extraatje. Ook zij offeren veel op, al komen ze nooit iets te kort. Toch riskeren we dat op een bepaald moment dit huis onder onze neus wordt verkocht, terwijl wij hier geen enkele verantwoordelijkheid in dragen.”

Facturen uitstellen
 
Ondertussen proberen Saïda en haar kinderen vol goede moed de eindjes aan elkaar te knopen. “Sparen is voor ons geen optie. Ik zoek naar het goedkoopste eten, mijn kinderen vullen hun flesje drinkwater voor school elke dag bij van de kraan en ik koop zoveel mogelijk tweedehandsspullen. Dan nog moet ik sommige facturen soms uitstellen. De dringendste betaal ik eerst, de andere moeten dan maar even wachten. We hebben daar tot nu toe nooit grote problemen mee gehad. Op die manier leven is lang niet altijd makkelijk, maar het lukt.
 
En ja, soms moet Saïda ook wel eens gaan lenen bij vrienden of kennissen. “Gelukkig niet elke maand, want dat zijn wel moeilijke momenten. Je wil als mens toch op eigen benen staan en niet afhangen van de liefdadigheid van anderen, maar soms kan het niet anders. Vroeger moest ik naar de Voedselbank omdat mijn man ons financieel in de problemen bracht. Nu is dat niet meer nodig, maar als het moet, dan moet het.”

Studentenwerk
 
Waar ze vooral van wakker ligt, is de toekomst van haar kinderen. “Zij moeten het beter hebben dan wij. Opdat ze zich ook eens iets extra zouden kunnen kopen, doen de oudste studentenwerk, maar enkel in de zomer. In het weekend mogen ze niet van mij. Ik wil dat hun studies voorrang krijgen. Een diploma halen, dat is het allerbelangrijkste. De rest komt dan wel.”
Lees meer over ""Schulden blijven als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen""
"Persoonlijk assistentiebudget is een ondoorgrondelijke doolhof"

"Persoonlijk assistentiebudget is een ondoorgrondelijke doolhof"

28/06/2017
Anja woont in het landelijke Burst, deelgemeente van Erpe-Mere, met haar zoon en dochter. Sinds 2006 is ze alleenstaande moeder. Vroeger had ze veel energie en werkte ze jaren in tuinaanleg en tuinonderhoud, als persoonlijk assistent voor personen met een handicap  en als poetshulp, maar fysiek is dat vandaag niet meer mogelijk. Fibromyalgie en artrose maakten een eind aan haar beroepscarrière. Bovendien heeft ze altijd voor haar zoon gezorgd, die een beperking heeft. “De voorbije 3 jaar was hij hier soms heel de week in huis. Nu is dat niet meer haalbaar en verblijft hij in de week in een instelling. In het weekend is hij dan bij ons. Mijn dochter is ondertussen afgestudeerd en zoekt werk, maar makkelijk is dat niet.”
 
Het persoonlijk assistentiebudget (PAB) zou veel problemen (en vooral wachtlijsten) moeten oplossen voor mensen met een beperking, maar Anja heeft daar toch andere ervaringen mee. “Zeker in het begin was het een hele administratieve doolhof. Het PAB voor mijn zoon werd opgestart in de vakantieperiode. Daardoor waren de papieren te laat ingediend bij het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap), dat het PAB moet goedkeuren. Iedereen was met vakantie dus ik kon niemand bereiken om het in orde te brengen. Gevolg? Budget werd niet gestart. De rekeningen voor hulpverlening of de uitbetaling waar mijn loon moest mee uitbetaald worden, daar hadden we serieuze problemen mee. Geen loon betekent in zo’n geval dat je jezelf moet uitbetalen met je spaargeld. Spaargeld dat er al bijna niet was. Ik heb toen enkele maanden mijn schamele spaarcentjes moeten opeten. Ik kan je verzekeren, de kosten lopen hoog op. Ik was toen alleenstaand, had enkel mijn beetje spaargeld totdat alles in orde kwam. Zelfs de eerste uitbetalingen liepen niet correct. Ik was niet als gescheiden ingeschreven en als alleenstaande met 3 kinderen ten laste, dus werd ik te weinig uitbetaald. Gevolg: heen en weer bellen totdat het in orde kwam, na een paar maand. Dat is heel stresserend.”
 
Ook fiscaal waren er aanvankelijk grote problemen. “Ik had de boodschap gekregen dat ik op het PAB geen belastingen moest betalen. Op het einde van de rit werd ik beschouwd als zelfstandige en moest ik dus grote afdrachten doen aan RSZ. Ik heb noodgedwongen en na lang aandringen mijn consulente moeten dwingen om de RVA de nodige papieren te bezorgen, dat PAB onbelastbaar is, aangezien het door het vaph word uitbetaald en ikzelf in principe geen werkgever ben. Het is een raar en ingewikkeld systeem, terwijl blijkbaar nog niet iedereen op de hoogte is van hoe het werkt. Uiteindelijk moest ik daarop geen belastingen betalen. Het heeft wel enkele maanden geduurd.”
 
Het gezin heeft een budget van €50 over per maand. Daar moeten haar dochter en Anja zelf het mee doen. Ze kunnen enkel nog van het restje spaargeld dat nog over is nog een beetje geld gebruiken, maar dat is bijna op. Haar zoon heeft een eigen rekening. Wat daar over is, is voor zijn eigen behoeften: voor aankoop verzorgingsmaterialen, hulpmiddelen, voeding en kledij, ook de instelling wordt ermee betaald. “Makkelijk is dat zeker niet. Ik heb nog het geluk dat ik na mijn scheiding dit huis kon kopen, met wat overbleef van de verkoop van de vorige woning na de scheiding. Ik kon nog bijlenen bij het het Vlaams Woningfonds. Een geluk dat ik niets moest gaan huren, vooral omdat de aankoop van het huis voornamelijk voor mijn zoon was met zijn handicap. Verhuizen zou teveel financiële lasten meebrengen.. Al blijft ook dat een zware investering, maar beter dat dan de onzekerheid van een huurwoning. Voor de rest moeten we ons plan zien te trekken. Ik kweek mijn eigen groenten, ik bak zelf mijn brood, het zijn allemaal inspanningen die ons overeind houden. Je leert creatief zijn, je kunt niet anders. Het blijft natuurlijk een groot contrast met hoe we vroeger leefden als tweeverdienersgezin.”
 
Anja’s dochter is afgestudeerd. Na haar zevende jaar kantoor behaalde ze nog een diploma medisch secretariaat. “Maar een job vinden is niet zo makkelijk, ook al wil ze heel graag aan de slag.  Het is heel moeilijk op de arbeidsmarkt. Overal vragen ze ervaring, maar je moet natuurlijk wel de kans krijgen om ervaring op te doen.” Het feit dat ze het openbaar vervoer gebruikt is dikwijls ook een struikelblok. Dat is redelijk onbegrijpelijk. Men zou dit juist moeten toejuichen.
 
Momenteel is het niet zo makkelijk, aangezien het openbaar vervoer heel duur is, al krijgen we de kans om via de VDAB vermindering krijgen voor sollicitaties. Feit is,je moet wel eerst naar de stad, voordat je die terugbetaling krijgt.
 
In Welzijnsschakel Ommekeer in Erpe-Mere zet Anja zich voluit in als vrijwilliger. “Ik zit in de oudergroep en geef  vorming in scholen”, zegt ze. “Het doet deugd om daar actief te zijn. Toen ik mijn zoon niet meer voltijds kon opvangen ben ik in een zwart gat gevallen. De zorg opnemen voor een kind met een beperking is zwaar, maar ik miste hem ook heel erg. Door bij Ommekeer actief te zijn heb ik het gevoel er niet alleen voor te staan.”
 
Anja kijkt voluit naar de toekomst nu. “Ik hoop te kunnen starten met de opleiding tot ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting. Ik geef nu al vormingen en doe mijn inbreng met advies en voorstellen. Ik wil dat inzicht in armoede ook bij andere mensen laten doordringen. Het is een job die mij heel veel voldoening zou geven.”
Lees meer over ""Persoonlijk assistentiebudget is een ondoorgrondelijke doolhof""
"Schoolrekening zorgt heel vaak voor slapeloze nachten"

"Schoolrekening zorgt heel vaak voor slapeloze nachten"

11/06/2017
“Je wilt als moeder niet de hele tijd nee zeggen tegen je kinderen, zeker niet als het over school gaat. Maar de kosten swingen de pan uit. Als je moet rondkomen met een laag inkomen bezorgen de schoolfacturen je telkens slapeloze nachten.” Dat zegt Nely, moeder van 1 dochter en 3 zonen. De dochter zit in het zesde leerjaar lager onderwijs en start vanaf sept 2017 eerste middelbaar . De zonen  zitten allemaal in het secundair middelbaar onderwijs , waarvan twee zonen in praktijk gerichte afdelingen. Dat alles samen zorgt geregeld voor gepeperde rekeningen, zeker in september.
 
“Ik zat nu al aan zo’n €400 voorschot voor dit schooljaar, €180 aan boeken en €175 aan beroepskledij  maar daar zijn in september nog heel wat kosten bijkomen”, zegt Nely. “Voor mijn vier kinderen samen heb ik nu al een rekening van €1.400. Dan wordt het kiezen wie een nieuwe boekentas nodig heeft of nieuwe kleren. Ik moet al heel vaak nee zeggen tegen mijn kinderen. Zij tonen daar veel begrip voor, maar als moeder is dat allesbehalve gemakkelijk.”
 
Boeken bestellen in september neemt altijd een grote hap uit het gezinsbudget. “In heel wat scholen starten kinderen desnoods zonder schoolboeken zolang ze niet betaald zijn. Vaak moet je die ook nog online bestellen, waarbij het soms heel onduidelijk is wat nu wel of niet besteld moet worden. Het maakt je als ouder heel onzeker. Bestel ik nu niet teveel of te weinig en wat gaat mij dat kosten? September is op die manier een maand om te overleven.”
 
Nely is met haar vier kinderen al heel wat schoolpoorten binnengewandeld en ze merkt grote verschillen in hoe scholen omgaan met schoolrekeningen en vooral met kwetsbare gezinnen. “Ik heb het allemaal meegemaakt. Mijn kind dat de schoolfoto’s niet meekreeg omdat een rekening niet betaald was. Kinderen die openlijk aangesproken worden op onbetaalde facturen. Heel vernederend, voor mij, maar vooral voor mijn kinderen. Andere scholen pakken het heel anders aan. Daar kun je terecht als het moeilijk gaat. Je kunt er rekeningen gespreid betalen en men biedt het ook actief aan. Dat zijn allemaal geen vanzelfsprekende dingen om te gaan vragen.”
 
En kinderen kijken ook naar elkaar, welke boekentas of welke kleren ze dragen. “Mijn oudste  zoons werken in de vakanties als jobstudent. Daar verdienen ze wat geld mee. Daarmee betalen ze dan soms zelf nieuwe kleren of een nieuwe schooltas mee. Ik betaal hen dat dan in kleine stukjes terug. Voor hen is het gevoel erbij te horen heel belangrijk en ik kan daar niet elke keer nee tegen zeggen.”
 
Dat geldt ook voor schooluitstappen. “Heel pijnlijk, ik heb hen al heel vaak moeten uitleggen dat ze niet zullen mee kunnen.” Toch is er op dat vlak, alvast in Aalst, veel ten goede veranderd. Ruim vijf jaar geleden was de stad, samen met de omliggende gemeenten, de pionier van de Uitpas (gegroeid uit de kansenpas, die 20 jaar geleden – in 1995 – vanuit onze Vierdewereld­groep ontstaan is). Met die Uitpas kan elke inwoner van een stad deelnemen aan culturele evenementen en het lokale vrijetijdsaanbod. Voor mensen met een laag inkomen gelden specifieke kortingen die geïntegreerd zijn in de Uitpas. Je hoeft de korting dus niet apart aan te vragen, waardoor je geen stempel opgeplakt krijgt. Aalst (Regio Dender) is tot nu toe de enige plaats die schooluitstappen mee geïntegreerd heeft in de Uitpas. “Daardoor kan ik mijn kinderen nu wel meesturen op schoolreis. Mijn zoon is dit schooljaar zo nog naar Italië gereisd. Een hele opluchting, voor hem en voor mij.”
 
Smartschool en digitalisering doen meer en meer hun intrede op school. “Ook een grote stressfactor,” zegt Nely. “Het is niet zo vanzelfsprekend om dat allemaal te gebruiken. Bovendien kosten een computer en internetverbinding behoorlijk wat geld. Maar een alternatief is er niet echt. Ik kan mijn kinderen toch niet telkens naar de bibliotheek sturen om huistaken te maken?
 
Nely komt vaak  in Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen in Aalst. “Vroeger durfde ik niets vragen, ook niet op school. Hier heb ik gemerkt dat ik niet alleen ben, dat er veel mensen zijn in dezelfde situatie. Gaandeweg heb ik hier mijn zelfvertrouwen opgebouwd, mijn eigenwaarde teruggevonden en nu durf ik mijn mond wel open te trekken. Zonder de groep hier was ik nooit zo ver geraakt.”
Lees meer over ""Schoolrekening zorgt heel vaak voor slapeloze nachten""
"Zo snel je in armoede verzeilt, zo moeilijk raak je er weer uit"

"Zo snel je in armoede verzeilt, zo moeilijk raak je er weer uit"

29/05/2017
Eén zwaar auto-ongeval bleek voor Nelly de kortste weg richting armoede. Ze zat achter bij haar vriend op de motorfiets toen het koppel gegrepen werd door een wagen. Zware letsels waren het gevolg. Vandaag voelt ze de fysieke gevolgen van het ongeval nog altijd aan den lijve. Ze is gedeeltelijk verlamd aan de rechterkant van haar lichaam. Heffen is heel moeilijk. Ze heeft ook geregeld last van evenwichts- en concentratiestoornissen. Nelly werkte voor het ongeval als verpleegkundige in een ziekenhuis. Ze was er gespecialiseerd in het reinigen en steriliseren van medisch materiaal voor hergebruik.
 
“Een intensieve job met veel druk aan een hoog werktempo en goed betaald. Ik deed het doodgraag, maar na het ongeval bleek het onmogelijk om nog te blijven doorwerken. Ik heb het nog geprobeerd, ook deeltijds, maar het ging gewoon niet meer. Ik kreeg stress, fysieke pijn, stemmingswisselingen doordat ik mij onvoldoende kon concentreren. Met veel pijn in het hart heb ik mijn werk moeten opgeven.”
 
Op de koop toe beëindigde haar vriend de relatie. “Na het ongeval kon hij niet meer met mij samenleven. Een emotionele opdoffer die er nog eens bovenop kwam en mij heel zwaar raakte.”
 
Nelly viel terug op een ziekte-uitkering. “Op basis van mijn vroegere loon viel dat op zich nog mee, zo’n 1.200 euro, maar ik had ook wel veel medische kosten, waardoor ik het een tijd financieel heel moeilijk had. Er zat niets anders op dan ook mijn woning op te geven. Nu heb ik een sociaal appartement. Met mijn uitkering kan ik zo rondkomen. Een groot geluk dat ik bij Al-Arm, de plaatselijke vereniging waar armen het woord nemen hier in Geel, terecht kon. Zij hebben me in hun armen gesloten. Ik heb nu ook een vriend die mij onvoorwaardelijk steunt. Ik besefte geleidelijk aan dat ik er niet alleen voor stond. Veel mensen hebben het even moeilijk of nog moeilijker dan mij. Vaak moeten ze rondkomen met een uitkering die nog een stuk lager ligt dan wat ik krijg. Al doet het mij nog altijd veel pijn dat ik niet opnieuw kan gaan werken.
 
Als je financieel, fysiek of emotioneel in een dal zit, maakt dat het verschil tussen hoop en wanhoop. Iemand die je graag heeft, een groep mensen waar je welkom bent, waar je je thuis voelt, zodat je niet tussen je eigen vier muren hoeft te zitten.” Nelly is er nu heel actief in de moestuin van de vereniging. “Het is iets wat ik broodnodig heb. Ik heb altijd al groene vingers gehad. Ik kan er echt mijn hart ophalen. Het zijn die dingen die maken dat je terug zin in je leven krijgt, dat je je leven terug in handen wil nemen.” Op het balkon van haar appartement overheersen frisse kleuren en geuren. “Ja, ik heb hier mijn eigen mini-moestuin”, lacht ze. Lekker, gezond en goed voor mijn portemonnee. Ik kan eindelijk weer vooruit kijken. Het is een lange weg. Zo snel je in de armoede verzeilt, zo moeilijk raak je er weer uit.”
 
Toch maakt Nelly zich ook zorgen. De subsidies voor de moestuin lopen eind dit jaar ten einde. “En dan dreigt het hele project van de aardbodem te verdwijnen”, zegt ze. “Dat zou doodjammer zijn en een ongelooflijke verspilling van middelen. Waarom drie jaar lang iets opbouwen om het dan van de kaart te vegen. Ik zie dat bij veel projecten. Ze krijgen een of enkele jaren steun en worden dan weer afgevoerd. Zo kun je de vicieuze cirkel van armoede nooit doorbreken.” Hopen maar dat er nog een oplossing uit de bus komt.
Lees meer over ""Zo snel je in armoede verzeilt, zo moeilijk raak je er weer uit""
Rugletsel kostte Debbie haar job, haar inkomen en uiteindelijk haar eigenwaarde

Rugletsel kostte Debbie haar job, haar inkomen en uiteindelijk haar eigenwaarde

15/05/2017
Ik ben Debbie.

Alleenstaande moeder  - met nadruk op alleen.  Vader is uit beeld dus uit die hoek heb ik nooit geen opvoedkundige of financiële steun gehad.
Ik heb een getuigschrift beroepsonderwijs. Op school hoorde ik er nooit bij.  Ik heb van mijn 21 tot mijn 40 gewerkt als poetsvrouw. Ik had het niet breed maar ik kwam rond.
 
Toen werd ik ziek (ik kreeg last van mijn rug, heb voortdurend  pijn , lang rechtstaan of wandelen lukte me niet meer).  Dus ik moest op ziekenkas: inkomen naar omlaag, kosten voor de dokter en de apotheker omhoog.
Miserie – ik kon er niet mee lachen, het werd alsmaar moeilijk om rond te komen, zeker met een opgroeiende dochter in huis.
 
Na enkele jaren invaliditeit besliste de medisch adviseur dat ik opnieuw aan het werk moest.  Dat was onmogelijk, ik kon amper mijn huishouden beredderen en heb een gezinshulp die echt nodig is.  Ik vond geen werk en ik kon niet gaan stempelen.  Ik ben in beroep gegaan tegen de beslissing van het Riziv en kon in afwachting van een uitslag  ‘genieten’  van een leefloon. Ik kwam ook onder schuldbemiddeling – want door de hele molen is mijn krappe  financiële toestand nog meer  in de soep geraakt.
Nog meer miserie en vooral afhankelijkheid.  Ik werd klant van het OCMW en moest voor elke stap of uitgave bij hen terecht.
 
Mijn beroep bij het RIZIV werd afgewezen. Ik kwam definitief onder het OCMW en ook daar bleef men aandringen om werk te zoeken.  In afwachting kreeg ik per uur vrijwilligerswerk 1 euro uitbetaald boven op mijn leefloon.
En toen werd mijn  dochter 18.  Mijn leefloon als gezinshoofd  werd opgesplitst in een leefloon als samenwonende voor mij en een zelfde deel voor mijn dochter.  Een geluk dat we goed overeenkomen en dat we samen vechten om het einde van de maand te halen.  Maar het werd moeilijker om haar een uitgave te weigeren.

Op het einde van de maand hebben we hetzelfde bedrag maar toch is dit  opnieuw miserie.  Voor het betalen van de rekeningen en voor de rest van het gezinsbudget word ik voor de  helft afhankelijk van mijn dochter.
 
Mijn dochter beëindigde haar school (buitengewoon onderwijs).  Het kindergeld viel weg – opnieuw een serieuze streep door mijn rekening.  
De eerste conflicten kwamen boven water want steeds vaker moest ik nee zeggen en het wordt steeds moeilijker om het einde van de maand te halen.
 
En dan kan mijn dochter gaan stempelen.  Zij moet een uitkering vragen als gezinshoofd.  Haar inkomen ligt iets lager dan het leefloon dus ik heb het geluk om nog voor 19 € een aanvulling leefloon te krijgen.  Niet veel maar het maakt op het einde van de maand meer dan eens het verschil en ik heb toegang tot enkele kortingen en voordelen.  Ik blijf 1 euro krijgen voor elk uur vrijwilligerswerk dat ik doe.

De miserie zit nu niet in mijn portemonnee maar treft mijn trots als moeder.  Mijn eigenwaarde staat onder druk. Eigenlijk ben ik afhankelijk van mijn dochter. Ik heb het gevoel dat ze mijn uitgaven controleert en al komen we goed overeen, ze durft ook commentaar te geven.
 
Ik vrees de dag dat ze werk vindt. Als ze meer verdient dan het leefloon heb ik niets meer van mezelf en ben ik helemaal afhankelijk.  Een goedkoop abonnement, geld voor medicijnen …alles zal via haar loon moeten gaan. Geld moeten vragen aan je kind, ik wens het niemand toe.  Je voelt je klein. Mijn positie als moeder staat onder druk.  Ik blijf ook zelf werk zoeken, maar er zijn dagen dat ik amper de deur uit kan.
Ik kom vast te zitten. Ik word helemaal afhankelijk zolang ze bij mij is.  Maar ik kan mijn dochter niet wegsturen want ze is nog niet klaar om alleen te wonen.

Ik wil het ook niet: je zet als moeder je kind niet aan de deur.  
Lees meer over "Rugletsel kostte Debbie haar job, haar inkomen en uiteindelijk haar eigenwaarde"
Kafka online

Kafka online

9/05/2017
Wat als je gsm én internet afgesloten wordt omdat je factuur naar het verkeerde adres werd gestuurd? En wat als je daarop een pre-paidkaart aanschaft die moet geactiveerd worden? Online natuurlijk! Of dat had je gedacht. George, bezoeker bij onze vereniging De Zuidpoort in Gent, kwam via het internet recht in Absurdistan terecht.

Lees hier zijn verhaal.
Lees meer over "Kafka online"
"Voortdurend vechten voor waar je recht op hebt, daar wordt een mens moedeloos van"

"Voortdurend vechten voor waar je recht op hebt, daar wordt een mens moedeloos van"

7/03/2017
“Dankzij Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen weet ik waar ik recht op heb en waar ik terecht kan voor hulp, en nog is het een dagelijkse strijd om mijn rechten toegekend te krijgen. Op de lange duur word je daar moedeloos van.” Dat zegt Emily*, van Congolese origine en trouwe bezoeker van de Vierdewereldgroep in Aalst.
 
Bij het (niet) toekennen en respecteren van rechten is racisme nooit ver weg. Zo kreeg ze vorig jaar een deurwaarder aan de deur voor schulden die haar ex-partner gemaakt had. “Mijn twee oudste kinderen waren naar school. Mijn jongste, toen 6 maand oud, schrok wakker van het gebonk op de deur. Toen ik opendeed, wilde hij onmiddellijk binnenkomen om de inboedel op te schrijven. Ik vroeg hem naar een schriftelijk bewijs, maar dat weigerde hij te tonen. Het ging blijkbaar om mijn ex, maar die woonde al een tijd niet meer bij mij. De deurwaarder had er geen oren naar en bedreigde mij zelfs verbaal. Toen heb ik in paniek naar Loes gebeld van de Vierdewereldgroep. Ondertussen had de deurwaarder de politie gebeld. Ik kreeg nog allerlei racistische verwijten naar het hoofd geslingerd. Dat het altijd hetzelfde is met die Afrikanen, domiciliefraude plegen, de boel belazeren. Terwijl ik de bewijzen had dat ik daar alleen woonde met mijn kinderen.” Uiteindelijk is de deurwaarder onverrichter zake moeten afdruipen. Er is nog klacht tegen hem ingediend, maar die bleef zonder gevolg (we kregen wel een reactie terug van de deurwaarder maar er werd verder niets mee gedaan. De ex betaalde uiteindelijk de schuld en ze hoorde er niets meer van). Emily is inmiddels verhuisd en loopt niet langer het risico om deurwaarders over de vloer te krijgen.
 
Ze kampt wel nog met eigen schulden. “Veel financiële ruimte is er nooit geweest. Huurprijzen liggen hoog hier in Aalst en het is heel moeilijk om een degelijke woning te vinden.  Vroeger woonde ze in een appartement in slechte staat. “Nu is mijn woning een stuk beter, zegt ze. “Maar dat brengt me dan weer in financiële problemen.” Ze heeft een invaliditeitsuitkering van €1200, maar moet maandelijks €710 huur betalen en €107 voor gas en elektriciteit. Daar komt nog eens een schuldafbetaling van €50 bij. Ik hou dus bijna niets over om van te leven met mijn kinderen. Een sociale woning is nog niet voor morgen, aangezien ik in een degelijk appartement woon. Pas als ik in een krot zou wonen en het onbewoonbaar verklaard wordt, zou ik sneller naar boven kunnen schuiven op de wachtlijst.”
 
Lange moeilijke weg
 
Emily botste bij het Ocmw voortdurend op een muur van onbegrip en onverschilligheid. Een uitkering werd haar botweg geweigerd, hoewel ze duidelijk in precaire omstandigheden, als alleenstaande moeder, moest overleven. Uiteindelijk kreeg ze wel een invaliditeitsuitkering, maar die bleef extreem laag zolang haar ex bij haar stond ingeschreven (zonder dat hij er effectief woonde). “Dat sleepte zeer lang aan, zodat ik me uiteindelijk bij de situatie moest neerleggen. Het Ocmw heeft mij echt in de steek gelaten op dat moment. Helaas zie ik in mijn omgeving zeer veel mensen die op dezelfde manier behandeld worden.”
 
Het is nog altijd een lange moeilijke weg om haar uitkering verlengd te krijgen. Emily is op haar 18de beginnen werken in de zorgsector. Tot ze in 2010 problemen kreeg met haar heup en rug. “Ik zou niet liever willen dan werken, maar fysiek is het momenteel onmogelijk. En toch is het telkens een gevecht om dat te bewijzen.”
 
“Mijn huidskleur speelt altijd in mijn nadeel,” zegt ze daar zelf over. “Soms openlijk, soms heel subtiel.” In principe heeft ze recht op sociaal tarief voor haar energie, maar het blijkt heel moeilijk om dat toegekend te krijgen. “Hoewel ik er recht op heb, maar ik moet mij altijd dubbel bewijzen.”
 
Uitpas
 
Veel overschot heeft ze niet met haar uitkering. “Ik moet helaas heel vaak nee zeggen tegen mijn kinderen. Nee tegen cadeautjes, nee tegen feestjes. Dat doet pijn. Gelukkig kan ik hier bij de mensen van de Vierdewereldgroep terecht. Het geeft mij het gevoel dat ik er niet alleen voor sta. Dat er iemand is die mij blijft steunen, ook als ik zelf de moed verlies. Dat heb ik echt broodnodig. Ik kom hier graag, om te haken, om mensen te zien. En af en toe een uitstap met de kinderen via de Uitpas.  Zo kan ik hen toch eens iets gunnen. Op dat vlak heb ik nog geluk. Veel andere mensen krijgen geen begrip, geen ondersteuning. Zij staan er echt helemaal alleen voor.”
 
Haar schulden betaalt Emily nu geleidelijk terug. “Ik weiger wel nog contact met incassobureaus of deurwaarders. Met wat zij extra aanrekenen, wordt de put alleen maar dieper. IK heb bijvoorbeeld nog een schuld openstaan bij Telenet. Die betaal ik stelselmatig af, maar deurwaarders komen hier niet binnen. Dan zou mijn factuur al een veelvoud bedragen van wat ik nu moet afbetalen. IK heb dat ook aan Telenet laten weten en voorlopig lukt het op die manier.”

*Om de privacy te beschermen is Emily een schuilnaam.
Lees meer over ""Voortdurend vechten voor waar je recht op hebt, daar wordt een mens moedeloos van""
Van hulpverlener naar hulpvrager: wat doet dat met een mens?

Van hulpverlener naar hulpvrager: wat doet dat met een mens?

17/02/2017
Het tij kan keren. En snel. Het ene moment heb je een comfortabel leven met een nieuw samengesteld gezin met drie kinderen, twee auto’s , dubbel inkomen ,huis, vakantie, kadootjes, extra’s noem maar op . Tot er een steentje van het dominospel valt als een donderslag bij heldere hemel.
 
Ik ben Jasmine*, 42 jaar, moeder van drie prachtige kinderen , maatschappelijk assistente. Tot de dag waarop ik het maatschappelijk accident werd. Ik verloor mijn job, een maand later mijn relatie, daarmee samenhangend mijn huis en mijn financiële zekerheid en ook bijna mijn kinderen . Bovenal verloor ik nog hetgeen me het meest dierbaar: mijn waardigheid, mijn eigenwaarde.
 
Daar sta je dan. Geen houvast , geen strohalm , geen helpende hand, in hoogste nood kent men zijn vrienden. Het waren er gelukkig drie die me de moed gaven om door te gaan. Ik heb ook beroep gedaan op professionele hulp. Daar zit je dan met je tonnen ervaring zelf in de penarie. Het is een drempel die je over gaat maar deze drempel was echt de moeite waard om te nemen. Het maakt me tot de sterke persoon die ik vandaag geworden ben.

Je rechten kennen
 
Wat ik als voordeel had (als maatschappelijk werker), is dat ik de sociale kaart, de ocmw-wetgeving, alle rechten die je als persoon in dit land kan uitputten, ken. Die had ik dan toch meegenomen in mijn lege reiskoffer. Ik kende mijn rechten. Voor anderen moet het veel moeilijker zijn om op te komen voor zijn of haar rechten als je ondergedompeld bent in de miserie. En niet iedereen is mondig of heeft op zo’n moment energie om voor zichzelf op te komen.
 
De reis aanvatten was als een Mount Everest beklimmen. Vertellen aan de persoon aan de andere kant van het loket of de tafel dat je maatschappelijk assistente bent die nu zelf in de penarie zit, daar had ik alvast enorm veel lef voor nodig. Het gevoel van zie je wel ‘ ik ben gefaald’, ‘ik kan het niet’, ‘ het zal wel allemaal mijn schuld zijn’, dat overmeestert je. Zelfs al probeert die vriendelijke assistent aan de andere kant van de tafel je te zeggen dat het niet zo is. Het zijn de omstandigheden die gemaakt hebben dat je hier nu zit. Ook ik ben in tranen uitgebarsten tijdens het eerste gesprek. En later nog meerdere keren. Ze lijken niet te voelen hoe ik me nu voel, die hulpverleners. En toen ik zelf nog in mijn hulpverlenerspak zat, deed ik nog zo mijn best om de mensen aan de overkant te verstaan. Je verstaat het pas echt als je er zelf geweest bent.

"Wij kunnen u niet helpen"
 
Het verhaal verstaan ging dan nog tamelijk vlot, maar ingaan op mijn hulpvraag, dat was een ander paar mouwen. Mevrouw, gezien uw situatie kunnen we het niet beter doen dan dat u het nu al doet, we kunnen u dus niet helpen. Tot driemaal toe ben ik gaan vragen om budgetbeheer op te starten omdat ik met mijn minimumuitkering er totaal niet uit kwam. Mijn ervaring in de sector zei, zorg dat je geen grotere putten maakt, want om daar uit te geraken, is een lange weg. Noodgedwongen was er geen andere keuze dan om collectieve schuldbemiddeling aan te vragen.
 
Ik hoor het mijn assistent nog zeggen: “Je gaat veel geruster zijn en je gaat geen vervelende post meer krijgen enzovoort. Met een bang hart ben ik eraan begonnen. De opstartprocedure duurde maar liefst drie maanden in plaats van drie weken. En toen kwam mevrouw de schuldbemiddelaar op huisbezoek om een inventaris te maken van mijn inboedel. Een advocaat komt op bezoek, dus ik zorg dat mijn huis netjes en aan de kant is dat er koffie klaar staat en koekjes in huis zijn. Van inventaris maken was er zo goed als geen sprake, vanop haar stoel en met uitgestreken gezicht stuurde ze mij mijn huis door om na te gaan van welk merk mijn volgens haar grote flatscreentelevisie is. Mijn flatscreentelevisie is
eigenlijk derdehands en van een oud model.

Andere taal
 
Mevrouw had ook het fantastische idee om mij met mijn drie kinderen op een tweeslaapkamer-appartement te laten wonen, “want dat is goedkoper dan de huur die je nu betaalt”. Niet beseffende dat mijn enthousiaste , luidruchtige kinderen en ik daar niet bepaald gelukkig zouden worden. Maar ook niet beseffende dat ik dan ook nog eens een waarborg zou kwijtspelen en er opnieuw een zou nodig hebben. Op lange termijn was dit volgens haar beter. Dan wilde ze ook mijn 12 jaar oude auto die ik cadeau kreeg van mijn moeder doen verkopen. Terwijl mijn kinderen 20 kilometer verderop op school zitten en hun hobby’s hebben wegens een co-ouderschapsregeling. Bovendien was ik toen ook volop aan het solliciteren om terug aan de andere kant van de hulpverlenerstafel te mogen gaan zitten, waar je werkgever verwacht dat je een auto hebt om huisbezoeken af te leggen. Volgens mevrouw de bemiddellaar zijn er heel veel mensen die met de bus naar het werk gaan, hoor. Ook als ze alleenstaande moeder zijn met een kleuter van vier die 20 kilometer verderop op school zit en helaas niet zelfstandig de bus kan nemen. Het leek wel alsof ik alleen stond te roepen in een vallei en de echo weerkaatste in mijn oren. Ik denk dat die
mevrouw een andere taal spreekt dan de mijne.
 
Mevrouw de bemiddellaar vond het belangrijk dat ik bij het OCMW budgetbeheer zou Aanvragen. Dat dit mij al drie keer geweigerd werd, was ook Chinees voor haar. Ok, ik ga nogmaals, geen probleem.

Bonnetjes bijhouden
 
Ik moest vanaf nu alle rekeningen aan haar bezorgen, alle inkomsten aan haar geven, bonnetjes bijhouden, en sollicitatiebrieven voorleggen. Ik had bonnetjes bij de vleet, sollicitatiebewijzen ook, maar die vond ze dan toevallig niet terug in diezelfde enveloppe waar de rekeningen en bonnetjes inzaten. Het waren maar 30 brieven per maand, hoor, mevrouw de bemiddellaar. Na een maand geeft mevrouw de bemiddellaar het op , ik wil niet meewerken, ik doe geen moeite, ik werk tegen en ik heb veel uitgaven. Ze sleepte me voor de rechtbank. Dat zij en ik geen vriendinnen waren, hoef ik u niet te vertellen.
 
Het intensieve solliciteren bracht me dan toch eindelijk op mijn huidige job. Net de dag voor ik op de zitting voor de Arbeidsrechtbank mocht verschijnen, had ik een contract in handen bij het Rode Kruis. Mijn pro deo heeft dat nog eens extra in de verf gezet in de rechtszaal. Zaak uitgesteld omdat ik heb laten zien dat ik toch wel moeite doe. De betichtingen die ik kreeg, waren allemaal op papier te weerleggen. Wat mijn pro deo advocate ook netjes deed. Nadat ik ook daar een hele discussie heb mogen voeren over de manier waarop mevrouw de bemiddellaar mijn dossier zo mismeesterd had. Hetgeen ik al twee jaar probeerde in balans te krijgen. Ik had in die periode nog meer achterstallen dan toen ik het zelf deed, onbetaalde verzekeringen, rekeningen die echt voorrang nodig hadden, liet ze liggen, noem maar op. Wat de pro deo advocate me wel leerde is dat een rechter en een advocaat niet denken met hun hart maar met de wet. En plotsklaps verstond ik dat onze wetten dan ook echt Chinees zijn.

Voltijds aan de slag
 
Momenteel ben ik voltijds aan de slag in een noodopvangcentrum van het Rode Kruis waar ik met vluchtelingen werk. Het OCMW vormt de buffer tussen mij en mevrouw de bemiddellaar en het gaat goed. Mijn maatschappelijk assistent en ik, wij verstaan elkaar .  De enige wetenschap die ik heb is dat ik in 2023 echt ga klinken op mezelf en trots zijn dat ik dit helemaal alleen doorstaan heb. Het is zeker niet fijn dat iemand anders altijd in jouw portefeuille zit. 

Ode privacy van betrokkene te beschermen, is Jasmine een schuilnaam.
Lees meer over "Van hulpverlener naar hulpvrager: wat doet dat met een mens?"
"Wie de kans krijgt op een haalbare job, die wil absoluut werken"

"Wie de kans krijgt op een haalbare job, die wil absoluut werken"

31/01/2017
Eerst werkte ik bij Ludwina-stichting in Mol bij de groendienst. Ik kreeg door het werk te kampen met pijn in mijn nek, in mijn handen en een hernia. Ik ben toen medisch ontslagen en zat voor een jaar thuis wegens ziekte.
Nadien zei het ziekenfonds dat ik terug moest uitkijken voor werk. Ik ging aankloppen bij de VDAB. Zij verwezen me door naar GTB arbeidszorg. Er werd gevraagd of ik interesse had om bij het fietsenatelier te starten maar omdat de begeleiders zichzelf eerst moesten bijscholen voor elektrische fietsen omdat toen de vraag hiernaar steeg kon ik daar niet starten.
 
Ik ben toen gestart bij Nike voor vzw De Sprong. Ik werkte er anderhalf jaar.
Ik stond aan de machine waar schoenen verwerkt werden tot andere materialen zoals speelgoed (hard speelgoed zoals schommels, glijbanen,…)
Van het rubber werden sportmatten gemaakt. Dit voor de ondergrond van sportvelden en voetbalvelden. Ik werkte daar op maandag een halve dag, en dinsdag en donderdag hele dagen.
 
Nadien zijn De Sprong en het fietsenatelier gefusioneerd. En ik sprong een gat in de lucht omdat ik zo kon starten bij het fietsenatelier te Mol en dit was aanvankelijk mn eerste keuze.
In het fietsenatelier moest ik eerst fietsen uit elkaar halen. Zo begint iedereen.
Zo leer je de benamingen van de fietsonderdelen. Alles wat eraf kan gaat eraf. Wat goed is wordt gepoetst en in het atelier gelegd. Als je dit goed kan, word je ingezet voor de opmaak.
Ik heb in het fietsenatelier al veel bijgeleerd bijvoorbeeld over de grootte van wielen.

Ik werk heel graag bij het fietsenatelier. Ik ga met plezier werken!
Ik vind het heel belangrijk dat ik kan gaan werken. Je legt contacten, leert mensen kennen.
Je hebt iets om handen, je beweegt.
Als je thuis bent, verveel je je. Op den duur kijk je alleen nog maar TV….
 
Voor mij is het een echte kunst om een fiets helemaal in elkaar te kunnen steken. Ik sta ervan versteld hoe handig fietsenmakers zijn. Bij de fietsenmaker stelt het precies niks voor maar nu weet ik hoeveel werk het allemaal is. Want elke fiets is anders….
 
Mijn oproep aan de gemeentebesturen is dat ze blijven investeren in gelijkaardige projecten om mensen kansen te geven op de werkvloer.
Lees meer over ""Wie de kans krijgt op een haalbare job, die wil absoluut werken""
"Armoede is voortdurend leven met schrik"

"Armoede is voortdurend leven met schrik"

20/01/2017
Ik leef mijn hele leven al met schrik. Ondertussen ben ik al veel gegroeid, maar ik kom van ver.

Als kind was het niet gemakkelijk thuis. Mijn vader dronk veel en was zeer agressief. mijn moeder moest het vaak bekopen. En ik ook... Als ik hem 's nachts hoorde thuiskomen, sloop ik soms in mijn pyjama op blote voeten weg naar mijn grootmoeder, die wat verder woonde.

Mijn broer, die had een heel andere reactie. Hij reageerde niet met angst, maar met nog meer agressie. Ik heb nu niet veel contact meer met hem. Met mijn moeder had ik wel een goede relatie. Ze had het ook niet gemakkelijk. Ze werkte in de Innovation in Brussel, maar we konden moeilijk rondkomen omdat mijn vader niks afgaf en alles opdronk. Maar mijn moeder, die was er altijd voor mij en mijn broer en we hadden veel steun aan elkaar.

Toen ze 60 jaar was, gingen wij nog samen in Brussel dansen! Maar dan werd ze ziek, en ze wilde niet naar een rusthuis. Maar ik sliep zelf op een matras op de grond en ik kon ze daar natuurlijk niet bijleggen. Dat deed wel pijn, dat ik niet voor mijn moeder kon zorgen.

Ze verbleef dan bij mijn broer. Maar zijn vrouw moest van mij niet hebben, waardoor ik mijn moeder maar om de 3 maanden mocht zien. Ze had dan wel een hoge telefoonrekening, want mijn moeder belde mij vier keer per week!

Toen ze drie jaar geleden overleed, heeft mijn broer de begrafenis moeten regelen. Met 50 euro leefgeld kan je natuurlijk geen waardige begrafenis betalen. Opnieuw dat gevoel, die pijn dat ik niet voor haar kon zorgen.

Mijn angsten, die draag ik heel mijn leven mee. Vroeger kon ik dat geen plaats geven, als kind ben ik nooit naar de psycholoog geweest. Nu draag ik daar nog altijd de gevolgen van. In het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) hebben ze besproken wat ze voor mij konden doen. 'Niks', was het besluit. 'Jij gaat altijd angsten blijven hebben, we kunnen niks meer voor je doen.'  Ze hebben mijn dossier afgesloten.

Maar daarmee heb ik nog niks afgesloten. Het voelt nog altijd alsof mijn moeder gisteren gestorven is. Als ik 's nachts droom, zie ik haar op bed zitten of in het crematorium liggen. Ik zie dat allemaal voor mij. Dat gaat niet vanzelf weg. Het Mobiel Team van het psychiatrisch centrum neemt het wel voor mij op. Ze hebben aan het Caw laten weten dat ik een psychologe nodig heb. Volgens hen zit ik nog altijd in het rouwproces, heb ik dat nog geen plaats kunnen geven.

IK ben niet iemand die veel drinkt. Mijn broer, die drinkt dat van zich af. Maar dat lost natuurlijk niks op, dat steekt alles gewoon nog dieper weg. Ik heb nog een lange weg te gaan, ik voel dat er nog veel van die schrik in mij zit. En dat ik die in kleine stapjes moet overwinnen.

Mijn ex-vriend was niet goed voor mij, maar ik durfde niet bij hem weggaan. Uiteindelijk heeft mijn Ocmw-assisten mij geholpen. Ze overtuigde me ervan dat ik moest verhuizen. Ik moest mijn vriend onderhouden met het weinige leefgeld dat ik had, dat was niet houdbaar. Ik ben samen met haar naar de politie gegaan. Ik had zoveel schrik van zijn reactie als ik zou vertrekken. Ze hebben hem gezocht, maar ze vonden hem niet. Hij was daar niet meer, maar zijn adres bleef daar wel staan. Er zijn daardoor veel moeilijkheden gekomen voor de volgende bewoners.

Mijn ex-vriend heeft mij opgezadeld met een heleboel schulden. Hij had alles op mijn naam gezet, en nooit de huur en andere kosten betaald. Ik zit daardoor nog altijd in schuldbemiddeling.

Het mobiel team van de psychiatrie heeft mij nu geholpen met de papieren om een sociale woning aan te vragen. Nu zit ik nog op een studio, met één kamer en een badkamer. De helft van mijn inkomen gaat naar huur. Als ik een sociale woning zou hebben, zou ik wat meer leefgeld kunnen krijgen. Wat meer kunnen 'leven'.

Ik krijg nog altijd maar  euro leefgeld. Daar kun je niet veel mee doen. Mijn was bijvoorbeeld, zeep kopen, naar de wasserette, ... Ik kan dat niet meer betalen. Zó een hoop was ligt er bij mij, dat is niet te doen. Zeker nu is het moeilijk om er te geraken. Alles is op elektriciteit bij mij. En ik heb maar  euro op mijn budgetmeter om te verwarmen, te koken, ...Dat zit er heel snel door in de wintermaanden.

Als ik niet genoeg budget heb, zit ik soms volledig zonder elektriciteit. Een paar maanden geleden had ik dat voor. Geen licht, geen kookvuur, niks. Ik had overschot van de barbecue van het buurthuis meegekregen. Mocht Sonia niet gaan vragen zijn om het te bakken, dan had ik rauw vlees mogen eten. Dat kan tocht niet, dat mensen zonder elektriciteit worden gezet!

Ik wil gewoon een menswaardig leven kunnen leiden, dat is alles. Ik wil van mijn schuldbemiddeling af geraken. Ik wil vooruit in mijn leven, ook al weet ik dat dat niet gemakkelijk is.

In het begin toen ik naar de Vierdewereldgroep (Mensen voor Mensen in Aalst, red.) kwam, durfde ik nooit over mijzelf praten. Ik was te beschaamd om binnen te komen als ik te laat was. Of ik kwam gewoon niet als ik een afspraak had. En bellen durfde ik zal zeker niet.

Ik ging vroeger als vrijwilliger strijken in het psychiatrisch centrum. Maar ik kwam vaak niet opdagen omdat ik schrik had van iemand. Eén vrouw was bazig en bekeek mij scheef. Ook al had ik met de anderen geen problemen, zij zorgde ervoor dat ik niet durfde gaan. En natuurlijk bracht ik mijzelf zo in de problemen, als ze niet op mij konden rekenen.

Ik ben al veel veranderd. Ik ben er nu en, als ik er niet kan zijn, laat ik dat weten. Het gevoel dat mensen willen dat ik er bij ben, dat motiveert mij om te komen. Wat ik nu nog moet leren, is voor mijzelf opkomen en mijn gedacht zegen. Ik wil mij niet meer als een vod laten behandelen.

Nu ga ik de draad terug opnemen. Ik ga opnieuw strijken en helpen in de speel-o-theek van de Vierdewereldgroep. Vrijilligerswerk geeft mijn een bezigheid en een goed gevoel. Dan ben ik ergens nodig en welkom.
Lees meer over ""Armoede is voortdurend leven met schrik""
Schuif zelf eens aan bij de Voedselbank en luister

Schuif zelf eens aan bij de Voedselbank en luister

4/01/2017
Een Voedselbank in Mechelen geeft er de brui aan, onder meer omdat de cliënten te 'kieskeurig' zouden worden en voedsel weigeren of laten staan. Een cliënt uit Tongeren legt zelf uit hoe het voelt om elke maand in de rij te staan en de zoveelste pak rijst of paste te 'moeten' meenemen. Hij vraagt dat men het gesprek zou aangaan met wie aanschuift en probeert te begrijpen waarom mensen de keuze willen hebben over wat ze al dan niet meenemen.

Lees het opiniestuk in De Standaard.
Lees meer over "Schuif zelf eens aan bij de Voedselbank en luister"
"Arm zijn is zoveel meer dan te weinig geld hebben"

"Arm zijn is zoveel meer dan te weinig geld hebben"

29/12/2016
Arm zijn is zoveel meer dan te weinig geld hebben. Het knaagt aan je vriendschappen, je zelfbeeld. Karen, mama van drie kinderen, vertelde in Libelle, hoe het leven kan kantelen.

Lees het artikel in Libelle.
Lees meer over ""Arm zijn is zoveel meer dan te weinig geld hebben""
"Als alleenstaande moeder komt elke financiële tegenslag dubbel zo hard aan"

"Als alleenstaande moeder komt elke financiële tegenslag dubbel zo hard aan"

8/12/2016
“Iedereen maakt het vandaag mee. Basisbehoeften worden elk jaar duurder. De prijsstijgingen vliegen ons om de oren. Elektriciteit, verwarming, water, openbaar vervoer, ik zie die facturen elke keer de hoogte in schieten. Probeer maar eens gezond te koken voor je kinderen en jezelf. Zelfs fruit en groenten worden alsmaar duurder.” Dat zegt Els, betrokken bij De Kar in Brecht, een vereniging binnen het Netwerk tegen Armoede.
 
Ik ben een alleenstaande moeder met twee kinderen en dan komen die facturen dubbel zo hard aan. Ik moet elke maand vechten om rond te komen en hopen dat er niks kapot gaat of er niet nog een grote afrekening in de bus valt. Ik heb met andere woorden geen enkele financiële reserve. De prijzen worden duurder, maar mijn inkomen groeit helaas niet mee. Ik zie in mijn omgeving veel alleenstaande moeders, of ze nu een uitkering hebben of gaan werken (vaak voor een laag loon), ze hebben het heel moeilijk om de eindjes aan elkaar knopen. Politici mogen vertellen wat ze willen, van die tax shift of nettoverhogingen merk ik niets, nada. Ik zie elke maand dat ik het steeds moeilijker heb om die hogere prijzen te betalen met mijn te laag inkomen.
 
Wie elke maand tot de laatste cent uit zijn portemonnee moet schrapen om eten op de plank te krijgen voor de kinderen, heeft vaak een eenzaam leven. Leven zonder reserve is leven in constante stress, waardoor je je gaat afsluiten. Om financiële redenen, want naar toneel gaan of een uitstap maken kost geld en dan spaar je dat liever uit om je huis te verwarmen of de schoolfactuur te betalen. Los van het financiële begin je ook heel zwaar aan jezelf te twijfelen. Je hebt het gevoel dat je niet vooruit raakt. Je doet je best voor je kinderen, maar je zelfvertrouwen en je zelfbeeld krijgen een knauw bij elke nieuwe afrekening.
 
Ik wil daar niet aan toegeven, hoe moeilijk het soms ook is. Daarom heb ik in de gemeente ‘Vrijgezellig’ opgestart. Samen met andere alleenstaanden zetten we ontspannende activiteiten op.  Ik merk hier echter ook dat sommigen wegblijven, door financiële zorgen of omdat ze emotioneel in de put zitten. Na een scheiding is het niet makkelijk om een nieuwe start te maken. Je moet je leven helemaal omgooien, je staat er voor bijna alles alleen voor, de zorg voor de kinderen die zelf ook de scheiding moeten verwerken, je begint aan jezelf te twijfelen. Zelf ben ik er ondertussen een beetje over, maar ik zie veel lotgenoten die nog een hele weg te gaan hebben.
 
Alleenstaande ouders, heel vaak moeders, hebben het financieel zo al heel moeilijk. Maar dat wordt nog moeilijker als de vader zijn verantwoordelijkheid ontloopt. En helaas zie ik dat nog al te vaak gebeuren. Zelf heb ik het ook meegemaakt. Mijn ex weigerde simpelweg om de helft van de kosten voor de kinderen op zich te nemen. Ik moest soms 4 jaar wachten voor hij zijn verplichtingen nakwam. Maar de facturen wachten niet. Ik heb mijn rekeningen altijd allemaal kunnen betalen, al was het soms nipt. Maar de prijs die je daarvoor betaalt, is heel zwaar. Ik heb de voorbije jaren heel vaak nee moeten zeggen tegen mijn kinderen. Geen uitstapjes, geen etentjes, weinig extraatjes, al heb ik soms het eten uit mijn mond gespaard om hen toch eens blij te maken met een cadeautje.
 
Elke keer als het kindergeld gestort wordt, haal ik opgelucht adem. Zonder zou ik het echt niet trekken. Als ik dan lees dat het 2 jaar geen indexverhoging krijgt ‘omdat niemand mag verliezen’ in het nieuwe kinderbijslagsysteem, dan breekt mijn klomp. Ik verlies nu al. En kinderbijslag is goed en nodig, maar waarom het inkomen van de ouders niet een beetje optrekken? We zouden er onze kinderen zo veel gelukkiger kunnen mee maken.
Lees meer over ""Als alleenstaande moeder komt elke financiële tegenslag dubbel zo hard aan""
"Een faillissement blijft je achtervolgen, zelfs jaren na de feiten"

"Een faillissement blijft je achtervolgen, zelfs jaren na de feiten"

30/11/2016
Mijn eigen zaak

Ik droomde er al lang van mijn eigen baas te zijn, een eigen zaak te hebben. Op een bepaald moment in mijn leven besloot ik om de sprong te wagen. Ik wist echter niet goed hoe ik dit financieel moest regelen. Maar ondanks deze onwetendheid ben ik toch met een eigen zaak begonnen. Helaas is het niet goed afgelopen.
Hier en daar vond ik wel wat hulp en steun om mijn zaak op te starten. Zo kon ik via Unizo deelnemen aan een groep voor startende beginners. Dit was zeer leerrijk. Voor de financiële kant van mijn zaak was ik afhankelijk van een boekhouder. En daar is de misérie begonnen.

Mijn boekhouder had mij niet ingelicht dat ik bij de opstart een aanvraag kon indienen voor een starterspremie. In plaats daarvan raadde hij mij aan om een lening bij de bank aan te gaan zodat ik maandelijks een schuld aan de bank moest aflossen. Ik begon dus vooral met  schulden aan mijn moeilijke weg om zelfstandig te zijn. Hij had mij ook niet uitgelegd hoe ik met deze schulden moest omgaan, waar ik  terecht kon om die schulden kwijt te raken, hoe ik aan extra middelen kon komen om mijn zaak te doen slagen…  

Het faillissement
 
Na drie jaar was ik failliet, gefaald, mislukt,… Dit bracht met zich mee dat ik door de belastingdienst op het matje geroepen werd voor een onderzoek naar fraude bij mijn faillissement. Na dit onderzoek kreeg ik een voorwaardelijke sanctie van een jaar.
Het faillissement achtervolgde mij overal en maakte dat ik ook met zaken die in het eerste opzicht niets met mijn zelfstandige activiteit te maken hadden in de problemen kwam. Zo vernam ik via de curator dat ik mijn ziekenkas, mijn bankkaart, enz.. opnieuw moest aanvragen.
 
Ik was net verhuisd naar een nieuwe woonst. De huisbaas had echter van het faillissement gehoord en wou mij op straat zetten. Via de vrederechter mocht ik uiteindelijk nog een jaar in mijn woonst blijven, maar na dit jaar moest ik er onverbiddelijk uit. Vol goede moed ging ik op zoek naar een nieuwe woonst. Niemand had mij echter verteld dat een faillissement publiek gemaakt wordt.  Huisbazen kunnen online zeer gemakkelijk opzoeken of je in deze situatie zit, waardoor het zeer moeilijk is om een nieuwe woonst te huren. Ik ben dat jaar naar verschillende huizen gaan kijken maar werd iedere keer afgewezen omwille van dat faillissement. De laatste dag voor ik uit mijn huis gezet werd, heb ik toch een andere woonst gevonden. Ik dacht: ’Oef dat is hier opgelost. Ik heb nu eindelijk een huis, ik heb m’n werk (en een inkomen) dus alles komt wel in orde’. We hadden met de curator afgesproken  dat ik in afwachting van de uitspraak over mijn faillissement  mijn inkomen mocht houden en dat er niets van ging afgehouden  worden. Voor de rest wist ik eigenlijk niet veel. Ik had al mijn papieren ook afgegeven aan de curator (sommige daarvan heb ik dan teruggekregen).

De nasleep

Al goed zou je denken, maar wat gebeurde er nu onlangs? Ik ben voor mijn werk veel  met de auto op de baan. Tussen twee opdrachten in reed ik met mijn wagen voorbij een parking waarop een witte camionette met een blauw zwaailicht stond -zo een camionette waarvan ze nog maar pas op het nieuws hebben laten zien dat die ook personenwagens controleren op hun papieren. Ter hoogte van het parkeerterrein, hielden ze me tegen en zetten ze mij aan de kant. Ze vroegen mijn papieren.  Ik dacht dat alles in orde was met mijn wagen en gaf ze hen in volle vertrouwen. Ze zeiden: ’Meneer  weet u waarom wij u tegenhouden?  U staat geseind  voor openstaande boetes’. Ik schrok: ’Openstaande boetes? Maar allez, de laatste tijd betaal ik toch direct mijn parkeerboetes...’. ‘Het gaat over een openstaande boete van 17€ en een beetje, een boete van 2010 in Rollegem’. Plots viel mijn spreekwoordelijke frank en ik dacht  ‘Oei, de boetes die ik kreeg toen ik mijn zaak nog had…’.  
Ik was wel verwonderd.  Mijn curator en de advocaat  die mij geholpen heeft bij het neerleggen van de boeken hadden mij immers gezegd dat ik alle openstaande facturen en rekeningen  kon indienen, Dat deed ik dan ook. Ze vertelden mij ‘Je moet je daar dan niets meer van aantrekken. Uw boetes en al zitten dan allemaal in vereffening’.  Ik was er dan ook van overtuigd dat ik op dat ogenblik geen schulden meer had, dat ik dus ook geen deurwaarders over de vloer zou krijgen of andere miserie meemaken door openstaande rekeningen. Ik begreep dan ook niet hoe dit kon?

Ik moest even wachten in mijn wagen tot ze mij kwamen halen. Het leken wel eindeloze minuten. In hun camionette vond ik mijn paspoort niet van de zenuwen. Geen probleem aangezien het een gezamenlijke actie was van politie, douane en belastingen konden ze al mijn gegevens  zien op hun computer. Het eerste wat ze tegen mij zeiden was: ‘Ja maar meneer, het zal hier wel efkes gaan duren want gij moet een bedrag betalen van vijftienduizend en zoveel euro’.  Ik schrok en vroeg hen van waar ze dit bedrag haalden? Ik dacht bij mezelf: ‘Eerst zeggen ze je hebt een boete van 17 euro  en nu is het al vijftienduizend euro geworden!  Ze antwoordden: ‘Wij zien dat u nog openstaande schulden hebt aan de belastingen, bent u zelfstandig?’ . ‘Neen ik ben zelfstandig geweest maar ik heb mijn boeken neergelegd op in 2014. Kunnen jullie dat dan niet zien?’. Daar antwoordden ze niet op, maar ze wisten dus wel dat ik aan de belastingen nog een dikke 15 duizend euro moest betalen. Mijn hart raasde door mijn keel van paniek en van schrik. Wat als ik dat hier moest gaan betalen? Ik dacht dat alles nu eindelijk in orde was: werk, een huis, geen miserie… Ik wist niet wat ik moest zeggen tegen de politieman en kon niet meer nadenken. Aangezien ik nog steeds door het CAW begeleid wordt, telefoneerde ik naar mijn begeleidster bij het CAW. Natuurlijk was zij net op dit moment niet aanwezig.  Gelukkig kreeg ik een andere assistente aan de lijn die aan de politie trachtte uit te leggen wat mijn situatie was.

Door een aantal stomme stoten en onoplettendheden heb ik inderdaad een periode heel wat boetes gekregen. Gelukkig had ik de meeste instanties aangeschreven  en meende ik dat ik al die boetes  betaald had of dat er minstens een regeling getroffen was. De rekeningen en betaalbewijzen die ik had teruggekregen van de curator zaten op het ogenblik dat ik tegengehouden werd in de koffer van mijn wagen. Ik heb dit op aanraden van de CAW-assistente dan ook verteld aan de politie, en hen alle papieren van zowel mijn faillissement als alle bijhorende documenten en facturen getoond. Ik vertelde hen dat alles bij de curator zat, dat ze dit gerust mochten nakijken. Ik vertelde ook dat we onlangs nog alle schuldeisers hadden aangeschreven en dat de jurist van het CAW me had gezegd dat ik die boetes niet meer afzonderlijk moest betalen, dat ze opgenomen waren in het faillissement. Dat ik me daar dus geen zorgen meer over hoefde te maken. Aan de telefoon zei die mevrouw van het CAW  om kalm te blijven. Uiteindelijk slaagde ik hier wel in en begon alles een beetje te bedaren.

Desondanks trok de politieagent weer de hele lijst met die boetes vanaf 2007 open. ‘Zou het mogelijk zijn om de boete van Dendermonde dus die 17 euro en een beetje te betalen, en die boete van 59 en een beetje?’.  Ik had hen net verteld dat het 4 dagen voor het einde van de maand was en ik nog amper 80€ op mijn bankrekening had staan. Ik wist niet of ik voldoende had om die bedragen te betalen, laat staan om de rest van de maand door te komen, maar daar hadden ze geen oren naar. Terwijl de politieagent  vriendelijk nog wat met me verder babbelde, belde zijn vrouwelijke collega naar de procureur om te vragen wat zij daar mee moesten doen. De agente was heel mijn verhaal aan het vertellen aan de telefoon. Ik vond dit zeer vernederend en ook niet kunnen. In mijn ogen hebben ze daar geen zaken mee want het ging oorspronkelijk alleen over de boete van 17 euro en niet over het faillissement.

Menselijke benadering

De mannelijke politie agent vroeg of het zou lukken om de kleine boete van 17 € te betalen? Ik antwoord daarop dat dat wel zou lukken maar dat ik echt niet meer kon betalen omdat ik anders geen geld meer had tot het einde van de maand. Zijn collega had intussen een antwoord gekregen van de procureur. Zij kwam terug bij ons zitten. De procureur gaf aan dat ik zowel de boete van 17€ als die van 59 moest betalen. Ik zei haar dat het moeilijk zou gaan maar zij zag geen probleem en haalde haar betaalterminal voor een tweede keer boven.  ‘Met je bankkaart kan je direct betalen. Zo niet mogen we u niet laten vertrekken en  wordt jouw auto onmiddellijk in beslag genomen. Ik heb dan maar betaald. Eerst die 17 euro , dat ging,  dan die 59€  en dat ging dus niet. Ze hebben dan maar gewoon alles van mijn bankkaart genomen waardoor ik dus op nul kwam te staan, terwijl er nog een stukje van de boete bleef open staan Tot op de dag van vandaag moet ik dus nog 9€ voor die boete betalen. Ik moet regelmatig in Rollegem zijn. Tegenwoordig rijd ik dan binnendoor, via binnenwegen, uit angst om opnieuw die miserie te moeten ondergaan. Ik weet dat dit ‘truken van de foor’ zijn en dat ik in mijn oude vluchtgedrag herval, maar het is sterker dan mezelf.
Ik kan en wil die 9€ wel betalen. Ik heb dit al verteld aan de assistente van het CAW en aan de curator. Ik heb hem ook gevraagd of dit de normale gang van zaken is. Volgens de curator is dit niet zo. Die boetes zijn betwist omdat daar een stuk administratieve boete in zit en dit zou wegvallen. Ze vallen nog over het feit dat een aantal procenten die bovenop de administratieve boete komt al dan niet toch nog moet betaald worden. Dat zou ik nu betaald hebben en dat kan niet.

De toekomst

Ik ben in afwachting van mijn schoonbaarheidsverklaring en tijdens deze periode mogen ze dit dus niet. In december, van het moment dat mijn faillissement uitgesproken is, kunnen ze dit wel doen. Dan ben ik terug vogelvrij en kunnen ze me opnieuw tegenhouden en tot de laatste eurocent van mijn rekening halen.
Tot op de dag van vandaag heb ik nog steeds moeilijkheden om een huis te huren. Dit ondanks dat ik een job en een vast inkomen heb. Zolang ik met mijn naam op google sta en met het faillissement zal ik moeilijkheden blijven ondervinden.  Dit telt niet voor de sociale huisvestingmaatschappij maar omdat ik een voor hen te hoog inkomen heb, kan ik natuurlijk bij hen ook niet huren.
 
   
Lees meer over ""Een faillissement blijft je achtervolgen, zelfs jaren na de feiten""
Ik heb 100 hulpverleners gezien, slechts een vroeg zich af wat ik nu eigenlijk zelf wil

Ik heb 100 hulpverleners gezien, slechts een vroeg zich af wat ik nu eigenlijk zelf wil

16/11/2016
Ik heb in mijn leven heel wat hulpverleners gezien en gehoord. Elk met zijn eigen manier van werken. De ene schreef papieren vol zonder mij zelfs maar een blik te gunnen, een andere beschuldigde mij de hele tijd van van alles en nog wat, nog een andere sprak enkel tegen mijn vrouw en kinderen, weer iemand anders keek alleen naar wat wij fout deden, weer een andere vond het alleen belangrijk dat het huis niet te vuil was en dat er voldoende eten in de koelkast zat, want anders zouden ze dat moeten doorgeven aan de jeugdrechtbank,…

Uiteindelijk gaf niemand mij het gevoel echt geïnteresseerd te zijn in wat ik eigenlijk te vertellen had. Dit bracht natuurlijk met zich mee dat de geboden hulp vaak niet was wat ik nodig had. Volgens die hulpverleners natuurlijk wel, ha ja, want zij wisten het uit de boekjes en van op de schoolbanken. Als er dan wat verkeerd liep, wat natuurlijk regelmatig gebeurde, was het mijn fout. Ik deed immers NIET wat zij mij hadden opgedragen. In het begin durfde ik al eens tegen te spreken. Als ik al eens vertelde dat zij mij verkeerde info gegeven hadden of naar de verkeerde dienst hadden doorverwezen… amai dan was het hek helemaal van de dam… Ik heb dat na 2-3 keer opgegeven.

Het was toen voor mij al duidelijk dat de hulpverleners de richting van mijn leven en dat van m’n vrouw en kinderen bepaalden en niet wijzelf. Het gevolg was natuurlijk heel veel frustratie. Bij ons, maar waarschijnlijk ook bij de hulpverlener die ons ervaarde als moeilijke en ondankbare armen die niet geholpen wilden worden. Tot wij dat op een gegeven moment allemaal zo beu waren en uit colère en frustratie zelf de spreekwoordelijke stop er hebben uitgetrokken. Ik ging alles wel zelf doen en regelen want die hulpverleners denken alleen maar aan hun eigen gemak. Ze zeggen altijd dat ze gebonden zijn door hun organisatie en dat ze alleen maar kunnen doen wat ze doen. Dus heb ik op een gegeven ogenblik alle hulpverleners die over de vloer kwamen letterlijk en figuurlijk aan de deur gezet.

Ik heb dat een jaartje of twee volgehouden maar natuurlijk ontspoorden de problemen die ik had nog meer. Het ging van kwaad naar erger maar ik weigerde pertinent hulp te zoeken want ik had een hekel aan hulpverleners gekregen. Tot er op een dag aan de deur werd gebeld. Met de moed in mijn schoenen ging ik naar de voordeur want ik dacht dat het weer een deurwaarder was. Ik deed heel omzichtig de deur open en daar stond een jonge dame “goeiedag Jos* ” ik zei vriendelijk goedendag terug. “Ha ik ben Sofie en ik werk voor een organisatie hier in de buurt. Ik wilde een keertje met jou komen praten”. Ik antwoorde: “das heel vriendelijk maar ik niet met jou daaaaag”, deur dicht en terug naar binnen. Een paar dagen gingen voorbij toen er weer gebeld werd. Opnieuw met de moed in m’n schoenen de deur gaan openen… zelfde jonge dame… zelfde scenario. Zo heeft ze dat een aantal keren volgehouden.

Tot op een dag mijn schoonmoeder bij ons binnenstapte en zei: “Zeg Jos, ik heb Sofie leren kennen en dat is een toffe madam. Ze heeft al het een en het ander voor mij gedaan. Je moet daar ook eens mee praten. Ik ben er zeker van dat die jou kan helpen”. Onmiddellijk bevestigde ik dat zij ook al een paar keer bij ons aan de deur had geweest maar dat ik haar telkens wegstuurde. Na een gesprek hierover, beloofde ik mijn schoonmoeder om haar binnen te laten als ze nog een keertje kwam bellen. Een aantal dagen later zat Sofie bij mij in de zetel haar ding te vertellen. Met een klein hartje weliswaar want ik had haar gezegd dat als ze flauwe kul kwam vertellen, ze net als al die andere hulpverleners snel en met dezelfde gang terug buiten zou staan. Een uurtje later was ze uitgepraat en heb ik haar buiten gelaten met een vriendelijke goeiedag. Zij is meerdere keren bij ons langs geweest en mijn vertrouwen in haar begon beetje bij beetje te groeien.

Na verloop van tijd kwam ik terug buiten, want dat deed ik ook al een hele tijd niet meer. Langzaam maar zeker begon er zich een goeie band te vormen tussen haar en mijn gezin. Ik vertelde haar beetje bij beetje stukje voor stukje deeltjes uit mijn en ons leven. Uiteindelijk, na een redelijk lange periode, was er toch wel een vertrouwensband opgebouwd tussen haar en wij en we waren daar wel gelukkig mee. Tot ze op een moment weer eens aanbelde en ons doodleuk vertelde dat zij wegging bij die organisatie maar dat er geen probleem was voor ons want de persoon die haar zou vervangen even goed was als zij of misschien wel beter. Ik en mijn vriendin waren geschokt en echt teleurgesteld en eigenlijk ook wel een beetje boos. Wij dachten: “nu is er eindelijk iemand die ons begrijpt en nu verdwijnt die opnieuw uit ons leven, net zoals al die andere hulpverleners”. Ik weet nog het laatste dat ik haar toch wel een beetje verwijtend heb gezegd is “Je begrijpt er niets van”. En daar zaten we dan opnieuw met het gevoel dat we aan ons lot werden over gelaten.

Op een dag werd er op de poort gebonkt. Ja wij woonden toen in een achterhuis dat alleen bereikbaar was via een grote garagepoort en dan een lange gang. We hadden ook geen bel dus moest je hard op de poort bonken. Terwijl ik op m’n stoel bleef zitten en mijn tas koffie verder leeg dronk en mijn twee kleine dochtertjes gewoon verder bleven spelen, ging mijn vriendin kijken. Plots ging de deur open en stapte een jonge man binnen. Klein rond brilletje op z’n neus, half kalend en gekleed als iemand die mij een beetje deed denken aan een hippie. Kwam binnen met de woorden “ is het toegestaan dat ik binnenkom? ” ik zei “jazeker”. Hij kwam naar mij gaf mij een hand en stelde zich voor als de vervanger van Sofie. Ik zei: “Ha ok. Ik ben Jos” en vroeg hem meteen of hij ook maar tijdelijk bleef, tot hij er genoeg van had om ons dan ook te laten stikken. Hij heeft daar wijselijk genoeg niet op geantwoord.

Maar wat hij toen wel deed verbaasde mij en m’n vriendin helemaal. Hij begon spontaan naar de foto’s te kijken die in de kamer hingen en vroeg wie die mensen allemaal waren. Daarna begon hij met onze twee dochtertjes wat te spelen. Hij vertelde wat over zichzelf en zijn verleden. Niet te veel, maar net genoeg om er over na te denken. Na een uurtje stond hij op en nam hij afscheid. Hij schudde opnieuw mijn hand en zei dat het een aangename kennismaking was, dat we mooi woonden en lieve kinderen hadden. Hij vroeg of hij nog eens mocht terug komen waarop wij tot onze grote verbazing volmondig “JA” zeiden. Sinds die dag is er voor mij heel veel veranderd. Werner kwam regelmatiger langs. Niet om te zeggen wat wij moesten doen maar om te luisteren naar onze verhalen.

Telkens kregen wij een stukje van hem terug, niet te veel maar net genoeg . Het heeft een tijdje geduurd voor ik het doorhad maar op die manier bracht hij ons verder op een hele korte tijd dan al die andere hulpverleners samen op tientallen jaren gedaan. Ik ben zo stilletjes aan terug vertrouwen beginnen krijgen in de mensheid en in de maatschappij maar vooral ook terug vertrouwen beginnen krijgen in mezelf. Wat het belangrijkste was voor mij en mijn gezin, was dat we opnieuw konden leven. En ja ik heb nog fouten gemaakt nadien maar ik heb die samen met mijn gezin en Werner aangepakt zonder de schuld te krijgen of zonder de gevolgen alleen te moeten dragen. Ik ben natuurlijk niet helemaal uit de armoede geraakt, maar de manier van werken heeft mij wel veel meer vertrouwen gegeven en ik ben beter opgewassen tegen alles wat mij overkomt. Ik pak zelf de problemen aan, ga zelf opzoek naar oplossingen. Ik luister met een ander oor naar mensen en sta sterker en verder in het leven dan dat ik ooit had durven dromen.

Maar de allerbelangrijkste persoon die ik ooit ontmoet heb was en is nog altijd Werner Hij was degene die in mij… of eigenlijk moet ik zeggen in ons iets anders zag dan een hoop ellende. Hij was degene die mij leerde om terug vertrouwen te krijgen in andere mensen en dus ook in hulpverleners. Ik stel me de laatste jaren regelmatig de vraag waarom ik zolang heb moeten wachten om eindelijk een hulpverlener tegen te komen die mij niet veroordeelde of mij de schuld gaven van mijn miserie.

De afgelopen 15 jaar zijn er ook 2 organisaties geweest die een belangrijke betekenis voor mij hebben gehad. Ze hebben me mogelijkheden aangeboden om het beste uit mezelf te halen. De ene heeft me de mogelijkheid geboden om toch nog te kunnen studeren en een diploma of getuigschrift te behalen, ook al was het op mijn 41ste. De andere heeft mij een volwaardige job aangeboden en houdt rekening met mogelijke problemen die nog af en toe opduiken waardoor ik nu bijna 12 jaar later nog steeds aan de slag ben bij dezelfde werkgever.

*Jos is een fictieve naam om de privacy van betrokkene te beschermen.
Lees meer over "Ik heb 100 hulpverleners gezien, slechts een vroeg zich af wat ik nu eigenlijk zelf wil"
Nog meer weten, klik hier door naar ons vormingsaanbod, mee gegeven door mensen in armoede.