Mensen in armoede worden voortdurend geconfronteerd met vooroordelen. Ze willen niet werken, hebben de nieuwste gsm, staan met een mooie auto voor de deur van hun sociale woning, ... . Op deze blog doorprikken we die vooroordelen met verhalen en voorbeelden uit de praktijk. Verhalen die de dagelijkse strijd om te overleven van mensen in armoede heel tastbaar maken. De blog moet leiden tot meer respect en luisterbereidheid tegenover mensen in armoede.

"Armoede is voortdurend leven met schrik"

20/1/2017
Ik leef mijn hele leven al met schrik. Ondertussen ben ik al veel gegroeid, maar ik kom van ver.

Als kind was het niet gemakkelijk thuis. Mijn vader dronk veel en was zeer agressief. mijn moeder moest het vaak bekopen. En ik ook... Als ik hem 's nachts hoorde thuiskomen, sloop ik soms in mijn pyjama op blote voeten weg naar mijn grootmoeder, die wat verder woonde.

Mijn broer, die had een heel andere reactie. Hij reageerde niet met angst, maar met nog meer agressie. Ik heb nu niet veel contact meer met hem. Met mijn moeder had ik wel een goede relatie. Ze had het ook niet gemakkelijk. Ze werkte in de Innovation in Brussel, maar we konden moeilijk rondkomen omdat mijn vader niks afgaf en alles opdronk. Maar mijn moeder, die was er altijd voor mij en mijn broer en we hadden veel steun aan elkaar.

Toen ze 60 jaar was, gingen wij nog samen in Brussel dansen! Maar dan werd ze ziek, en ze wilde niet naar een rusthuis. Maar ik sliep zelf op een matras op de grond en ik kon ze daar natuurlijk niet bijleggen. Dat deed wel pijn, dat ik niet voor mijn moeder kon zorgen.

Ze verbleef dan bij mijn broer. Maar zijn vrouw moest van mij niet hebben, waardoor ik mijn moeder maar om de 3 maanden mocht zien. Ze had dan wel een hoge telefoonrekening, want mijn moeder belde mij vier keer per week!

Toen ze drie jaar geleden overleed, heeft mijn broer de begrafenis moeten regelen. Met 50 euro leefgeld kan je natuurlijk geen waardige begrafenis betalen. Opnieuw dat gevoel, die pijn dat ik niet voor haar kon zorgen.

Mijn angsten, die draag ik heel mijn leven mee. Vroeger kon ik dat geen plaats geven, als kind ben ik nooit naar de psycholoog geweest. Nu draag ik daar nog altijd de gevolgen van. In het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) hebben ze besproken wat ze voor mij konden doen. 'Niks', was het besluit. 'Jij gaat altijd angsten blijven hebben, we kunnen niks meer voor je doen.'  Ze hebben mijn dossier afgesloten.

Maar daarmee heb ik nog niks afgesloten. Het voelt nog altijd alsof mijn moeder gisteren gestorven is. Als ik 's nachts droom, zie ik haar op bed zitten of in het crematorium liggen. Ik zie dat allemaal voor mij. Dat gaat niet vanzelf weg. Het Mobiel Team van het psychiatrisch centrum neemt het wel voor mij op. Ze hebben aan het Caw laten weten dat ik een psychologe nodig heb. Volgens hen zit ik nog altijd in het rouwproces, heb ik dat nog geen plaats kunnen geven.

IK ben niet iemand die veel drinkt. Mijn broer, die drinkt dat van zich af. Maar dat lost natuurlijk niks op, dat steekt alles gewoon nog dieper weg. Ik heb nog een lange weg te gaan, ik voel dat er nog veel van die schrik in mij zit. En dat ik die in kleine stapjes moet overwinnen.

Mijn ex-vriend was niet goed voor mij, maar ik durfde niet bij hem weggaan. Uiteindelijk heeft mijn Ocmw-assisten mij geholpen. Ze overtuigde me ervan dat ik moest verhuizen. Ik moest mijn vriend onderhouden met het weinige leefgeld dat ik had, dat was niet houdbaar. Ik ben samen met haar naar de politie gegaan. Ik had zoveel schrik van zijn reactie als ik zou vertrekken. Ze hebben hem gezocht, maar ze vonden hem niet. Hij was daar niet meer, maar zijn adres bleef daar wel staan. Er zijn daardoor veel moeilijkheden gekomen voor de volgende bewoners.

Mijn ex-vriend heeft mij opgezadeld met een heleboel schulden. Hij had alles op mijn naam gezet, en nooit de huur en andere kosten betaald. Ik zit daardoor nog altijd in schuldbemiddeling.

Het mobiel team van de psychiatrie heeft mij nu geholpen met de papieren om een sociale woning aan te vragen. Nu zit ik nog op een studio, met één kamer en een badkamer. De helft van mijn inkomen gaat naar huur. Als ik een sociale woning zou hebben, zou ik wat meer leefgeld kunnen krijgen. Wat meer kunnen 'leven'.

Ik krijg nog altijd maar  euro leefgeld. Daar kun je niet veel mee doen. Mijn was bijvoorbeeld, zeep kopen, naar de wasserette, ... Ik kan dat niet meer betalen. Zó een hoop was ligt er bij mij, dat is niet te doen. Zeker nu is het moeilijk om er te geraken. Alles is op elektriciteit bij mij. En ik heb maar  euro op mijn budgetmeter om te verwarmen, te koken, ...Dat zit er heel snel door in de wintermaanden.

Als ik niet genoeg budget heb, zit ik soms volledig zonder elektriciteit. Een paar maanden geleden had ik dat voor. Geen licht, geen kookvuur, niks. Ik had overschot van de barbecue van het buurthuis meegekregen. Mocht Sonia niet gaan vragen zijn om het te bakken, dan had ik rauw vlees mogen eten. Dat kan tocht niet, dat mensen zonder elektriciteit worden gezet!

Ik wil gewoon een menswaardig leven kunnen leiden, dat is alles. Ik wil van mijn schuldbemiddeling af geraken. Ik wil vooruit in mijn leven, ook al weet ik dat dat niet gemakkelijk is.

In het begin toen ik naar de Vierdewereldgroep (Mensen voor Mensen in Aalst, red.) kwam, durfde ik nooit over mijzelf praten. Ik was te beschaamd om binnen te komen als ik te laat was. Of ik kwam gewoon niet als ik een afspraak had. En bellen durfde ik zal zeker niet.

Ik ging vroeger als vrijwilliger strijken in het psychiatrisch centrum. Maar ik kwam vaak niet opdagen omdat ik schrik had van iemand. Eén vrouw was bazig en bekeek mij scheef. Ook al had ik met de anderen geen problemen, zij zorgde ervoor dat ik niet durfde gaan. En natuurlijk bracht ik mijzelf zo in de problemen, als ze niet op mij konden rekenen.

Ik ben al veel veranderd. Ik ben er nu en, als ik er niet kan zijn, laat ik dat weten. Het gevoel dat mensen willen dat ik er bij ben, dat motiveert mij om te komen. Wat ik nu nog moet leren, is voor mijzelf opkomen en mijn gedacht zegen. Ik wil mij niet meer als een vod laten behandelen.

Nu ga ik de draad terug opnemen. Ik ga opnieuw strijken en helpen in de speel-o-theek van de Vierdewereldgroep. Vrijilligerswerk geeft mijn een bezigheid en een goed gevoel. Dan ben ik ergens nodig en welkom.
Nog meer weten, klik hier door naar ons vormingsaanbod, mee gegeven door mensen in armoede.