Mensen in armoede worden voortdurend geconfronteerd met vooroordelen. Ze willen niet werken, hebben de nieuwste gsm, staan met een mooie auto voor de deur van hun sociale woning, ... . Op deze blog doorprikken we die vooroordelen met verhalen en voorbeelden uit de praktijk. Verhalen die de dagelijkse strijd om te overleven van mensen in armoede heel tastbaar maken. De blog moet leiden tot meer respect en luisterbereidheid tegenover mensen in armoede.

"Ik heb me nooit ergens aanvaard gevoeld"

7/12/2017
Toen ik 12 jaar was heb ik mijn moeder verloren. Eerst woonde ik bij mijn vader, maar toen ik van lagere school kwam stuurde die mij naar X. op internaat. Zo had hij een oplossing voor mij tot ik 14 was en kon gaan werken, tot ik ‘mijn plan kon trekken’. Ik heb daar 2 jaar gezeten en heb in al die tijd nauwelijks bezoek gekregen.

Mijn moeder heb ik eigenlijk niet goed gekend, de laatste jaren voor ze stierf was ze altijd ziek, ziekenhuis in ziekenhuis uit. Mijn vader had een drankprobleem. Wij zijn eigenlijk nooit door mijn vader aanvaard geweest, hij zei altijd dat wij ‘probleemkinderen’ waren. Mijn jongste zus is trouwens ook geplaatst geweest, dat deed pijn, zij was de enige die ik nog had, wij moesten met zijn tweetjes voor elkaar en voor onszelf zorgen, en dan zetten ze haar ook nog eens weg, tot ze 21 was.

Na 2 jaar kwam mijn vader mij in X. opzoeken en zei hij mij dat ik een nieuwe moeder had. Die vrouw had 3 kinderen en al kleinkinderen, ik voelde mij daar teveel. Toen ben ik daar weg gegaan en bij mijn oudste zus gaan wonen.

Ik ben dan beginnen werken, een keer hier, een keer daar, veel ook op de foor. Dat heb ik enkele jaren gedaan. Met mijn oudere zus had ik niet zo’n goede band, zij was veel ouder dan ik en had zelf al kinderen die maar iets jonger waren dan ik. Die had ze trouwens op dezelfde manier als bij mij gebeurd was laten plaatsen in X., dan had zij de vrijheid om uit te gaan. Zij had daar echt een probleem mee. Ik gaf mijn geld aan haar af en zij verbraste dat aan de paardenkoersen op de renbaan bij ons in de streek.
In die tijd ben ik stilletjes beginnen drinken, heel jong dus al, ik was 15. Tegen dat ik 18 was had ik een echt probleem.

In het leger werd dit nog erger. Ik zat in het Klein Kasteeltje in Brussel, ik had een aanvraag gedaan om naar Duitsland te kunnen, maar mijn vader moest daar toestemming voor geven en hij wilde dat niet, dat was voor mij echt een frustratie. Toen ik daar buiten kwam heb ik echt aan de grond gezeten. Ik sliep meer dan een half jaar op straat, ook een dikke maand in een soort pension voor mannen, dat was zo’n zaaltje achter een café met bedden, mijn kleren die kon ik ergens onderbrengen.

Ik ben dan terug op de foor beginnen werken en ben daar opgevangen door een foorkramer. Ik heb van dan af in een caravan gewoond in Y. Ik baatte gedurende jaren mijn eigen schietkraam uit. Ik deed over heel België kermissen.

Maar mijn drankprobleem bleef duren en was op de duur niet meer houdbaar. Eigenlijk is het een goeie vriend van mij die mij daarover aan het denken gezet heeft, hij was politieagent en hij kwam mij regelmatig opzoeken waar ik woonde, zei mij dan dat ik zo niet verder kon. Toen hij veel te jong overleed, ik was toen 29, heeft mij dat heel erg aangegrepen. Ik ben daar maanden niet goed van geweest. Hij liet een vrouw en 2 kleine kinderen achter. Ik heb toen zelf de stap gezet om een ontwenningskuur te gaan volgen.

Tijdens die hele periode dat ik op de foor werkte was ik niet arm, maar rijk nu ook weer niet. Mijn kraam, dat ik nog zelf heb gebouwd, bracht genoeg op om de ‘merchandise’ aan te kopen en bij momenten kon ik stukjes sparen, maar verder verdiende ik maar net genoeg om te wonen en te eten en te drinken, op vakantie ben ik nooit gegaan. Natuurlijk kostte de drank mij wel geld, maar echt in de problemen kwam ik niet. Ik ben al die tijd ook alleen gebleven, heb wel eens iemand gehad, maar als die dan begon over de foor laten… dat was mijn leven he, dan liever alleen.

Het is nu 16 jaar geleden dat ik door gezondheidsproblemen –ik had last van mijn rug…- ben gestopt met de foor. Een vriend wilde nog wel iets regelen zodat ik mijn kraam door iemand anders kon laten doen, maar uiteindelijk heb ik alles van de hand gedaan. Met de opbrengst en wat spaarcentjes kon ik mij een klein huisje permitteren. Ik ben van dan af wel op de ziekenkas terecht gekomen, werken zat er niet meer in, krap is dat zeker, maar wat heeft een mens meer nodig dan een dak boven zijn hoofd en een tafel en een bed? Nu ja, ‘ge moet zaaien naar de zak’ he. 

Ik ben in die tijd dan aan vrijwilligerswerk beginnen doen. Ben mee groepsbijeenkomsten beginnen organiseren, mee sociaal-artistiek theater beginnen doen, ben al die tijd overal gaan duwen en trekken tot we hier in de stad een eigen vereniging waar armen het woord nemen hebben kunnen oprichten. Ik ben op een bepaald moment ook de opleiding opgeleide ervaringsdeskundige gaan volgen.

Ik denk dat mijn drijfveer altijd dat gevoel is geweest van niet aanvaard te worden. Ik heb mij heel lang nergens aanvaard gevoeld. Als kind niet door mijn ouders en niet door mijn grote zus en nadien op de foor ook niet –ge kent het vooroordeel wel: ‘gasten die bij de foor werken da’s krapuul’. Dat gevoel heeft zeker bijgedragen aan mijn drankprobleem, maar het is ook dat gevoel geweest waardoor ik mij als vrijwilliger sociaal ben beginnen engageren, omdat ik het ook bij andere mensen herkende. 
Nog meer weten, klik hier door naar ons vormingsaanbod, mee gegeven door mensen in armoede.