Jongerenwerkingen voor jongeren in armoede
 
Tussen 2009 en 2013 werden een achttal jongerenwerkingen erkend en gesubsidieerd als ‘proeftuinproject jeugdwerk voor jongeren in armoede’. Lang voor die erkenning werkten er al lokale basiswerkingen met kinderen en jongeren in armoede. Voor deze werkingen is het niet eenvoudig om als lokaal jeugdwerk erkend te worden. Het beleid ten aanzien van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren en het jeugdwerk met deze doelgroepen verschilt van gemeente tot gemeente. Kinderen en jongeren in armoede zijn een moeilijk bereikbare en moeilijk te definiëren doelgroep. Dikwijls ervaart men hun gedrag als moeilijk of zelfs als overlast. De noden en behoeften van die kinderen en jongeren sporen niet altijd met de prioriteiten van de lokale besturen. De werkingen vallen ook voortdurend tussen schip en wal; voor het ene bestuur vallen ze onder welzijn, voor de andere onder jeugdwerk.
Door de tijdelijke erkenning van een kleine tiental werkingen als ‘proeftuin jeugdwerk voor jongeren in armoede’ werd de werkvorm beter afgebakend, maar de financiering werd hier mee niet opgelost.
Lokaal wordt deze vorm van jeugdwerk nog steeds niet (overal) erkend en blijft het moeilijk om een basiswerking voor deze doelgroep te legitimeren.
Waarom?
Jeugdwerkingen voor kinderen en jongeren in armoede bereiken, net als verenigingen waar armen het woord nemen, een specifiek en geïsoleerd publiek en werken vanuit dezelfde participatieve visie aan structurele verbeteringen.. Ze vertrekken niet vanuit hulp- of dienstverlening, maar vanuit gelijkwaardigheid en solidariteit. De groep die wordt bereikt, wordt versterkt en aangesproken op haar krachten. Ze worden hierdoor dragers van een groter geheel, vertegenwoordigers van een grotere groep.
Net als bij verenigingen waar armen het woord nemen, blijkt deze aanpak  de kracht te zijn van de jongerenwerkingen. De werkingen bereiken een groep jongeren die niet terug te vinden is binnen een ander vrijetijdsaanbod. Door het doorbreken van hun isolement , hen in contact te brengen met lotgenoten en te tonen dat ze niet alleen zijn, overstijgen de jongeren zichzelf. Net door hen verantwoordelijkheid en zeggingschap te geven over de werking, worden talenten aangeboord die anders onzichtbaar blijven.
Het transponeren van deze methodiek van volwassenen naar jongeren is het resultaat van een hoge nood bij zowel jongeren als jeugdwerkers. Deze laatste stelde vast dat zij overspoeld worden door individuele verhalen die een vrijetijdswerking ruim overstijgen maar die ze wel mee naar huis nemen. De jongeren op hun beurt hebben een grote nood aan het delen van ervaringen, het vinden van steun en (h)erkenning.. die ze niet vinden in hulpverlening, school, vrijetijdsaanbod en vaak ook niet thuis.
De mix van vrije tijd en ontspanning met een vorm van strijd, solidariteit en versterking van de maatschappelijke positie van jongeren, zorgt voor een aanbod dat voor deze jongeren erg veel betekent en nergens anders te vinden is.
 
Een uitgebreide omschrijving van deze werkvorm vind je in de publicatie ‘wij tellen mee’, hier te downloaden: http://www.uitdemarge.be/media/docs/Wij_tellen_mee.pdf