Armoedeorganisaties in beroep tegen nieuwe wet pleegouders

15/11/2017

De federale wetgever heeft zich in een nieuwe wet gebogen over het statuut van pleegouders die aan een geplaatst kind het recht kunnen bieden op een veilige omgeving. Dat statuut bestond tot op heden niet. Daarvoor werd terecht het standpunt van verenigingen die de pleegouders vertegenwoordigen, ingewonnen. Ondanks de herhaaldelijke vragen van verschillende verenigingen die strijden tegen armoede, hebben de politieke verantwoordelijken nagelaten om de mening van de ouders van geplaatste kinderen te horen. Door een beroep aan te tekenen tegen de wet van 19 maart 2017 willen de verenigingen alsnog hun bezorgdheden en argumenten uiten.

Het is een evidentie: elk kind heeft het recht om op te groeien in een veilige omgeving die het de nodige mogelijkheden tot ontplooiing biedt. Kinderen opvoeden is echter niet altijd gemakkelijk. Voor ouders die het hoofd moeten bieden aan een leven in armoede, die geen toegang hebben tot adequate huisvesting of al hun wilskracht nodig hebben voor de dagdagelijkse beproevingen is die taak nog moeilijker.

Er bestaat een correlatie tussen grote armoede en uithuisplaatsing van kinderen. Of beter gezegd, ondanks de vele initiatieven van de Gewesten en Gemeenschappen, belemmert armoede nog steeds het recht op een gezinsleven. In naam van het recht van ieder mens op een gezinsleven, moet alles in het werk gesteld worden om ouders de mogelijkheid te geven hun kinderen op te voeden. In extreme gevallen kan worden overgegaan tot een plaatsing bij pleegouders. Maar een dergelijke plaatsing moet in essentie altijd tijdelijk en voor een zo kort mogelijke periode zijn. Tijdens deze periode moet ook de band tussen ouders en kind behouden blijven en aangemoedigd worden. Alle maatregelen in omgekeerde zin zouden een schending zijn van het recht op gezinsleven, zoals dat gegarandeerd wordt door het artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Met de wet van 19 maart riskeren we echter af te glijden naar een verborgen adoptie die de band tussen natuurlijke ouders en hun kinderen kan schaden en hun raakt in hun familiale intimiteit. Pleegouders en ouders kunnen ermee instemmen om pleegouders de bevoegdheid te geven om alle belangrijke beslissingen, zelfs met betrekking tot religie of levensbeschouwing, over het kind te nemen. De familierechtbank kan deze schriftelijke overeenkomst slechts homologeren, tenzij dit in strijd is met de belangen van het kind.

Bewust van de ervaringen van zeer kwetsbare families, die dagelijks strijd moeten voeren voor hun fundamentele rechten, willen onze verenigingen de nadruk leggen op twee belangrijke punten.

We vragen dat alles in het werk wordt gesteld om de gelijkheid te garanderen tussen de verschillende partijen die willen overeenkomen om het ouderlijke gezag te delen. Ouders van geplaatste kinderen zijn vaak erg kwetsbaar. Bij afwezigheid van echte steun tijdens een dialoog die inherent moeilijk is, zouden ze kunnen worden gediscrimineerd en als onbekwaam worden bekeken. Alleen een evenwichtige dialoog kan de eerbiediging van het recht op gezinsleven garanderen.

Daarnaast schept ook de bijkomende bevoegdheid van de familierechter naast de bevoegdheid van de jeugdrechter verwarring. Wij vragen dat de jeugdrechter, die immers het dossier al kent, bevoegd blijft en niet de familierechter. Wij vragen dat de jeugdrechter ook competent zou zijn om beslissingen te nemen en niet enkel om te homologeren.


Ondertekenaars: ATD Vierde Wereld België, het Netwerk Tegen Armoede, Le Forum Bruxelles contre les inégalités, le Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté, le Réseau Belge de Lutte contre la Pauvreté en le mouvement Luttes Solidarités Travail.