Hervormde kinderbijslag toont te weinig ambitie in strijd tegen kinderarmoede

21/1/2017
De hervormde kinderbijslag, zoals op tafel gelegd door de Vlaamse regering (met een relatief hoog basisbedrag van €160 gekoppeld aan sociale toeslagen), kan de kinderarmoede licht terugdringen. Dat moet blijken uit berekeningen van de KU Leuven in het kader van de armoedetoets op de hervormingsplannen. Voor het Netwerk tegen Armoede is dit niet het einde van het verhaal, er is nog veel werk aan de armoedetoets. Een daling na 2019 van de kinderarmoede bij dan bestaande gezinnen met kinderen van 8,6% naar 8,1% (0.5 procentpunt) en bij nieuwe gezinnen van 8,6% naar 7,7%  (0.9 procentpunt) is maar een beperkte impact, zeker in verhouding tot de grote ambitie die de Vlaamse regering toonde bij haar aantreden: een halvering van de kinderarmoede tegen 2020. En zeker in verhouding tot het gigantische budget voor de kinderbijslag: 3,5 miljard (budget zonder de schooltoelage). Het effect op de kinderarmoede blijft beperkt tot een cijfer na de komma. De ambitie kan en moet hoger liggen.
 
Daarom blijft het Netwerk tegen Armoede pleiten voor een meer herverdelende kinderbijslag in het verdere overleg rond de armoedetoets. Wij vragen dat ook alternatieve modellen berekend worden, bijvoorbeeld met een lager basisbedrag en hogere sociale toeslagen. Wij maken ons sterk dat de kinderarmoede daarmee veel sterker kan teruggedrongen worden.
 
Volgens onze eigen ramingen blijft er voor een aantal groepen grote onduidelijkheid over welk effect de hervorming zal hebben, ook nu duidelijk is wat de Vlaamse regering plant rond de versterkte schooltoelagen. Niet alle scenario’s zijn in detail berekend.
Zeker is dat ook de kwetsbare gezinnen die in het huidige systeem al een sociale toeslag krijgen koopkracht verliezen door de twee indexsprongen, geld dat mee zou moeten dienen om het nieuwe systeem te financieren.

Werkende armen
 
De berekende daling bij bestaande gezinnen lijkt grotendeels te wijten aan het feit dat ook werkende armen, mensen die pas werkloos werden en vooral zelfstandigen met een laag inkomen van bij de start van het nieuwe stelsel een sociale toeslag zullen kunnen krijgen. Voor de gezinnen in armoede in die groep –zeker bij de zelfstandigen is niet altijd duidelijk of ze dat ook zijn- valt dit absoluut toe te juichen.  Bij gezinnen met kinderen geboren na 2019 zijn het vooral de een-kindgezinnen en deels ook de twee-kindgezinnen die er op vooruitgaan. Daar zijn ook kwetsbare gezinnen bij en ook voor hen is de hervorming een goede zaak.
 
Maar het ziet er naar uit dat er bij andere arme gezinnen ook verliezers zijn én dat het ook daar over véél gezinnen gaat.
 
Zo doet de hervorming niets extra voor bestaande eenoudergezinnen met een laag inkomen. Sommige onder hen zullen zelfs hun recht op sociale toeslagen en schooltoelage verliezen omdat ze net boven de gebruikte inkomensgrens vallen. Bijzonder pijnlijk als je weet dat 1 op 3 (35.7%) van deze gezinnen momenteel in armoede leeft. Bij de gezinnen met kinderen geboren na 2019 is dan weer duidelijk dat ook grote gezinnen in armoede minder kinderbijslag zullen ontvangen dan mocht het oude systeem blijven bestaan. Dat effect speelt voor gezinnen met iets oudere kinderen al vanaf 3 kinderen en versterkt naarmate het gezin groter wordt en de kinderen groeien.  Opvallend is ook dat het nieuwe systeem bijzonder nadelig uitvalt voor toekomstige gezinnen waar een van de ouders arbeidsongeschikt zal zijn. Vandaag is dat een niet onbelangrijke en bijzonder kwetsbare groep, die ook elders in de sociale zekerheid een slechte bescherming geniet. Voor bestaande gezinnen waar er nog kinderen bij komen na 2019, de zogenaamde ‘mix’gezinnen, is het helemaal onduidelijk of ze bij de hervorming winnen. Alvast gezinnen waar er maar 1 kind is vóór 1 januari 2019 verliezen tegenover het huidige systeem.  
 
Maar er is meer.
 
Deze berekeningen kloppen maar als alle gezinnen na de hervorming ook écht de hele kinderbijslag krijgen waar ze recht op hebben. En vooral daar dreigen nu bijkomende problemen.

Non take-up
 
In het huidige systeem zijn sociale toeslagen gekoppeld aan het sociale statuut. Het maakt van de huidige kinderbijslag een performant systeem met een zeer lage non take-up. In het nieuwe systeem wordt met inkomensgrenzen gewerkt.
Het grote nadeel daarvan is dat de administratieve last veel meer bij (kwetsbare) gezinnen komt te liggen. Zeker bij kwetsbare gezinnen wijzigen zowel de inkomenssituatie als de gezinssamenstelling zeer veel. Om sociale toeslagen en schooltoelagen te kunnen krijgen dreigen zij in de toekomst veel meer dan vandaag het geval is zelf hun inkomen te moeten bewijzen.
 
Reken daarbij het feit dat sommige gezinnen in de toekomst iets meer schooltoelage zullen ontvangen, maar minder maandelijkse kinderbijslag en dat die schooltoelage voorwaardelijker wordt dan vandaag; dat er nu ook problemen dreigen bij verhuis van Brussel of Wallonnië naar Vlaanderen, of bij co-ouderschap met beide ouders in een ander gewest, omdat daar andere voorwaarden zullen gelden; dat bij scheiding anders dan vroeger een deel van de onderhoudsgelden en het inkomen van de nieuwe partner mee zal bekeken worden om uit te maken of er nog sociale toeslagen en schooltoelagen kunnen worden toegekend, dat in ‘mix’gezinnen een deel van de kinderen volgens het oude systeem wordt uitbetaald (met ook daar soms te leveren bewijs van recent inkomen) en een ander deel volgens het nieuwe systeem...

Niet alleen via kinderbijslag
 
Minister Vandeurzen wees erop dat de strijd tegen kinderarmoede niet alleen via de kinderbijslag kan gevoerd worden. Dat klopt, maar helaas zien we ook op andere terreinen weinig beweging. De woonnood voor arme gezinnen neemt dag na dag toe, maar de hervorming van de woonbonus bleek niet meer dan een besparing. De vrijgekomen middelen zijn niet geherinvesteerd in de sociale en private huurmarkt. De prijs van gas en elektriciteit steeg aanzienlijk en de beloofde sociale correcties bleven vooralsnog uit. Op het ogenblik dat de factuur voor gezinnen in armoede oploopt door allerlei besparingen, dat ook de federale regering op zich laat wachten met haar belofte om de laagste uitkeringen in sociale zekerheid en bijstand op te trekken tot de armoedegrens, laat de Vlaamse regering na om haar belangrijkste hefbomen tegen financiële armoede –haar woon- en energiebeleid en nu ook de kinderbijslag- écht in te zetten voor armoedebestrijding.
 
Wij roepen de Vlaamse regering daarom op om dringend meer ambitie aan de dag te leggen in de strijd tegen (kinder)armoede. Minister van Armoedebestrijding Homans stelde vorig jaar zelfs nog dat de halvering van de kinderarmoede al tegen het einde van deze bestuursperiode, in 2019, een feit zou zijn. De realiteit is dat de kinderarmoede jaar na jaar blijft stijgen. De regering moet dus dringend enkele versnellingen hoger schakelen.

Herbekijk het debat met minister van Welzijn Jo Vandeurzen.