Hervorming van de kinderbijslag, een historische gemiste kans

4/10/2017
Vandaag werd het Netwerk tegen Armoede gehoord in de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. Op de agenda: het nieuwe Vlaamse ‘groeipakket voor elk kind’.

Ter herinnering: de Vlaamse regering besliste in juni dat elk kind geboren na 2019 160 euro krijgt, dat de kinderbijslag voor die kinderen niet meer stijgt als ze ouder worden en ook niet meer hoger wordt naarmate een gezin meer kinderen krijgt. Tegelijk is er voor kinderen in een gezin met een laag inkomen maar 1 soort sociale toeslag meer, nl. op basis van een inkomensgrens, en worden de schooltoelagen –voor wie dáár recht op heeft- in 1 ‘pakket’ gestopt met de kinderbijslag. Die laatste 2 dingen gelden meteen voor alle kinderen, dus ook voor de kinderen geboren vóór 1 januari 2019. Tegelijk zijn er ook nieuwigheden in de wezentoeslag, voor kleuters, voor geplaatste kinderen, wordt er op een andere manier naar de samenstelling van het gezin en het gezinsinkomen gekeken…

De Vlaamse overheid heeft maar een beperkt aantal bevoegdheden waarmee ze rechtstreeks het verschil kan maken in het budget van gezinnen met kinderen, zeker wanneer die in armoede leven of er nog net in slagen uit armoede te blijven. Dan hebben we het vooral over wonen en werk. De woon- en energiekosten nemen nog altijd de grootste hap uit het gezinsbudget van mensen met een laag inkomen, maar extra investeringen in sociale huisvesting, huursubsidies en sociale correcties op de energietarieven blijven uit. Met het arbeidsmarktbeleid is het niet veel beter gesteld: goed betaalde, kwaliteitsvolle en voor een kwetsbaar publiek toegankelijke jobs creëren, veel vooruitgang zien wij niet.

Met de hervorming van de kinderbijslag, goed voor een budget van 3,4 miljard euro, mist de Vlaamse regering andermaal een historische kans om een belangrijke stap vooruit te zetten in de strijd tegen armoede. Amper 6% van het budget wordt ingezet om ‘sociaal te corrigeren’. Vlaanderen blijft zweren bij een halvering van de kinderarmoede (in de laatste 10 jaar is die blijven stijgen, tot 12% van de kinderen vandaag), dan moest er toch méér mogelijk zijn?

Als je beslist om het grootste deel van je middelen te geven aan steun voor kleine gezinnen met heel jonge kinderen (die ook groot worden en waar nog broertjes en zusjes bij kunnen komen), is het logisch dat er minder overblijft voor grote gezinnen, voor ouder wordende kinderen (waarvan iedereen weet dat ze zwaarder wegen op het gezinsbudget), om extra inspanningen te doen voor gezinnen met een laag inkomen, voor de zeer kwetsbare groep van eenoudergezinnen.

Maar daarmee is het verhaal niet rond. Het berekende positieve effect op armoede –wij spreken met dit soort cijfers liever van een status quo- is een globaal effect, over alle gezinnen heen. Iets waar wij ons ernstig zorgen over maken. Het verhult dat er, naast ‘winnaars’ (bv. een deel van de werkende armen, wat we toejuichen), ook ‘verliezers’ zullen zijn. Het zal eventjes wachten zijn tot ze er zijn, maar voor grote gezinnen met kinderen die allemaal geboren zijn na 2019 zal er in de toekomst zeker minder kinderbijslag zijn. Gezinnen met volwassenen met arbeidsongeschiktheid (nu een hogere sociale toeslag voor het eerste kind), gezinnen met kinderen geboren vóór én na januari 2019 (dus met een combinatie van de oude kinderbijslag en de nieuwe in hetzelfde gezin), zelfs kleinere gezinnen met ouder wordende kinderen… omdat er zoveel verschillende gezinssituaties denkbaar zijn, was het onmogelijk om er wetenschappelijk uitspraken over te doen die voor die volledige groepen opgaan, maar het is wel zeker dat er voor een deel van hen minder kinderbijslag zal voorzien zijn in de toekomst.

Het Netwerk tegen Armoede vindt dit onaanvaardbaar. Het kan niet dat gezinnen in armoede -of die daarin dreigen te verzeilen- morgen op minder kinderbijslag recht zullen hebben dan vandaag. Wij braken daarom opnieuw een lans om van bij de start van de hervorming dan toch minstens te monitoren wie die verliezers zijn en om prioritair op een betere kinderbijslag voor hen in te zetten als daar extra budget voor vrijkomt. We zegden er ook meteen bij hoe we dat zien: door niet nuttige onderdelen van dit nieuwe systeem, waar vele miljoenen naartoe gaan, te schrappen (zo is er een extraatje voor gezinnen die gebruik maken van de duurdere, niet-gesubsidieerde kinderopvang; zo zijn er de nieuwe kleutertoeslagen bedoeld om alle kleuters naar school te krijgen, terwijl 94% van die groep daar al zit en de overblijvende groep die die toeslag écht kan gebruiken hem mogelijk misloopt, want om andere redenen dan financiële de school niet opzoekt …), maar ook door budget dat in de toekomst vrijkomt wanneer minder en minder gezinnen van de oude kinderbijslag zullen genieten –Kind&Gezin heeft hier de verwachting dat dit zal gebeuren- te gebruiken.

Dan hebben we het nog niet over het schrappen van de kleine toeslag die biologische ouders nog kregen om de relatie met hun geplaatst kind te kunnen verzorgen, over het waarschijnlijk deels verschuiven van een deeltje maandelijkse kinderbijslag naar de jaarlijks of halfjaarlijks uitbetaalde schooltoelagen, over het feit dat men de bedragen niet welvaartsvast heeft gemaakt, dat de inkomensgrenzen voor sociale toeslagen voor sommige gezinstypes nog onder de armoedegrens zitten, dat we nog altijd niet weten wie in de toekomst welk bedrag aan schooltoelagen zal krijgen,…

Na de teleurstelling over de gemaakte keuzes komt de ongerustheid over de uitvoering. Al het voorgaande staat of valt immers met een correcte toekenning van de kinderbijslag. Hoe gaat men het gezinsinkomen precies berekenen? En de gezinssamenstelling? Hoe zorgen dat die gegevens up to date zijn zonder een enorme administratieve last bij de gezinnen zelf te leggen? Ook de uitbetaling is een zorg. Tegelijk met het nieuwe systeem komt een deel van de federale administratie naar Vlaanderen, fusioneren kleinere kinderbijslagfondsen tot 4 grotere, moeten samenwerkingsakkoorden worden gesloten met de andere regio’s (je zal maar verhuizen…), worden ‘efficiëntiewinsten’ gevraagd van de uitbetalingsinstellingen, komt er een ‘vrije keuze’ door de ouders van het kinderbijslagfonds –het wordt geminimaliseerd, maar komt er een ‘jacht’ op de interessantste ouders bij de private fondsen en moeten de ‘moeilijkere’ ouders het doen met minder service bij het publieke fonds? Wat met de know-how van het personeel, in zo’n onzeker klimaat kiezen mensen al gauw voor zekerder oorden…

Veel gaat over denkwerk dat nog moet gebeuren, over uitvoeringsbesluiten. Het Netwerk tegen Armoede kreeg, samen met andere organisaties, de toezegging dat het daar mag over mee praten. Er komt ook een armoedetoets op de besluiten.
We hopen dat men dan met ons advies ook effectief aan de slag gaat. Op dit moment worden de beslissingen van de Vlaamse regering in juni –de fameuze ‘conceptnota’- ondanks een zeer kritische armoedetoets waar ook wij aan meewerkten en waarin veel van voorgaande kritiek terugkomt- gewoon vertaald in een decreet, zonder noemenswaardige wijzigingen. Neem daarbij dat het Netwerk tegen Armoede al 3 jaar geleden klaar was met haar ervaringen, aandachtspunten en verwachtingen vanuit mensen in armoede, dat ook andere middenveldorganisaties dat waren, maar dat het overleg daarover –de ‘armoedetoets’- er pas is gekomen nadat de belangrijkste beslissingen waren genomen… er zijn betere werkwijzen als men op het vlak van armoedebestrijding resultaat wil boeken.