Sanctionering langdurig zieken is een brug te ver

7/4/2017
Vorige week kwam de federale regering er dan toch mee: ‘langdurig’ zieken die ‘onvoldoende meewerken’ aan hun ‘re-integratie’ kunnen een deel van hun ziekte- of invaliditeitsuitkering verliezen. Ondanks fel protest, onder meer van alle grote mutualiteiten en vakbonden. Ook het Netwerk tegen Armoede protesteert met klem.

Kampen met gezondheidsproblemen komt voor steeds meer mensen neer op (over)leven in armoede. Dat komt door de veel te hoge persoonlijke bijdragen voor zorg en medicatie, en de veel te lage minimumuitkeringen in sociale zekerheid en bijstand. Het blijft overigens al lange tijd stil rond het engagement van de federale regering om die op te trekken tot de armoedegrens. Bovendien wordt deze kwetsbare groep nog eens bijkomend getroffen door het besparingsbeleid van verschillende overheden en de stijgende factuur van allerlei basisbehoeften.

Deze groep van mensen met een chronische ziekte en mensen met een beperking voelen, net als andere mensen met een uitkering, al jaren toenemende druk druk vanuit de overheid om minstens gedeeltelijk terug aan het werk te gaan. We hebben het hier ook over de steeds groter wordende groep met gezondheidsproblemen die ‘niet voldoende arbeidsongeschikt’ (66%) wordt bevonden om in aanmerking te komen voor een ziekte- of invaliditeitsuitkering (RIZIV) of een inkomensvervangende tegemoetkoming (FOD Sociale Zekerheid). De vele ervaringen die we daarover binnen krijgen bij het Netwerk tegen Armoede leren ons dat het oordeel van de ‘controlearts’ over de ‘arbeidsgeschiktheid’ van mensen wel érg streng (en onvoldoende kwalitatief) is geworden en dat ook bij ernstige gezondheidsproblemen steeds vaker toch de uitkering geweigerd of geschrapt wordt.

Als gevolg daarvan valt deze groep terug op de –door de vorige én huidige regering sterk degressief gemaakte- werkloosheidsuitkering of zelfs het leefloon, gekoppeld aan een steeds strengere controle door VDAB of OCMW (denk aan de nieuwe procedure voor controle op beschikbaarheid bij VDAB, aan de verstrengde eisen rond het sociaal onderzoek bij OCMW, het verplichte GPMI…) Zij kunnen veel minder rekenen op verhoogde aandacht of specifieke begeleiding. Mensen komen terecht in onaangepaste jobs die ze niet volhouden, krijgen te maken met een vorm van ‘vrijwilligerswerk onder zachte dwang’, moeten het doen met wat zij vaak als bezigheidstherapie of ‘gratis arbeid’ ervaren (arbeidszorg…), verliezen zelfs regelmatig simpelweg hun uitkering.

Maar ook voor wie ‘het geluk heeft’ te kunnen terugvallen op een ziekte- of invaliditeitsuitkering blijven er veel problemen. Ook zij zijn steeds vaker het slachtoffer van de rigide aanpak van adviserend geneesheren om mensen (al dan niet deeltijds) terug aan de slag te laten gaan. Mensen worden maar al te vaak aan hun lot overgelaten en moeten het zelf maar uitzoeken: zonder noemenswaardige ondersteuning toch werk zoeken of terugvallen op werkloosheid. Maar ook als de adviserend geneesheer mee zoekt naar een aangepaste oplossing, staan patënten er vaak alleen voor. Want hoe schat je in of je een job wel zal aankunnen? Wat als je hervalt? Wat met een tijdelijke job? Wat betekent de combinatie van je uitkering met je loon fiscaal, zal je nog je tussenkomst hebben voor openbaar vervoer, je verhoogde tegemoetkoming… Zal je uitkering niet dalen als je volledig moet terugkeren naar de ziekte- of invaliditeitsuitkering (iets wat met de recente hervorming van de berekening van de uitkering steeds vaker speelt, gezien hertewerkstelling niet zelden gebeurt in een job met een minder interessant loon als dat wat je had vóór je ziek werd)…?

Laat er geen twijfel over bestaan: de overgrote meerderheid van de mensen die op ‘non actief’ staat wegens gezondheidsproblemen wíl niets liever dan terug aan de slag kunnen. Werken betekent –los van de kans op iets meer financiële ademruimte- ook dat mensen zich nuttig voelen, dat ze ‘erbij horen’, iets om handen hebben –zoals een van onze mensen het ooit treffend verwoordde ‘thuis komen de muren op mij af’… Alleen moeten ook zij de eindjes aan elkaar zien te knopen, als verder inkomensverlies dreigt en je moet in een onzeker verhaal stappen…

Hét struikelblok blijkt echter telkens opnieuw bij de werkgevers te liggen. Hoeveel van hen zitten op deze groep te wachten en zijn bereid om aangepast werk te voorzien? Zelfs in de sociale economie wordt steeds vaker gekozen voor ‘sterkere profielen’, want ook daar is de druk om te presteren niet voor iedereen haalbaar .

Het Netwerk tegen Armoede benadrukt dat tewerkstelling op het ritme van de betrokkene moet gebeuren. Wie ziek is of een beperking heeft en niet kán werken, moet met rust gelaten worden. Wie wel nog kan, mag niet de arm worden omgewrongen, moet zélf en los van elke druk de juiste keuzes kunnen maken.

Het in december goedgekeurde  ‘re-integratieplan’ voor ‘langdurig’ zieken roept op al die punten nog veel vragen op. Waar zijn de jobs? Wordt de betrokkene gehoord, bekijkt men de situatie vanuit zijn mogelijkheden? Niets garandeert dat de adviserend geneesheer zijn werk nu plots beter zal gaan doen, namelijk een realistisch re-integratieplan opstellen als iemand werkloos was en nu ziek is. Zullen mensen niet  nodeloos naar de arbeidsgeneesheer gestuurd worden als ze voordien werkten en hoe zit het dan met die arbeidsgeneesheer? Hoe zal die zich gedragen? Hoe zal de behandelende arts hierbij betrokken worden? Net die behandelende arts kent de patiënt het best.

Ook werkgevers zullen gaandeweg de mogelijkheid krijgen om hun zieke werknemers naar de arbeidsgeneesheer te sturen. Wie zorgt ervoor dat zij niet opzettelijk en massaal zullen aansturen op ontslag wegens medische overmacht en hun zieke werknemers –zonder opzegperiode en eventuele andere rechten die zij nog hebben- van de ene dag op de andere naar een ziekte-uitkering zullen verwijzen?

De nieuwe wetgeving is nog maar enkele maanden van kracht, is voorlopig ook enkel van toepassing op werknemers en uitkeringsgerechtigde werklozen die na 1 januari 2016 op ziekte of invaliditeit terecht kwamen en zou nog worden geëvalueerd vooraleer hij in 2018 ook op alle andere mensen met een ziekte- of invaliditeitsuitkering van toepassing wordt. En dan zijn daar nu al de financiële sancties.

Wie het hem na 2 maanden ziekte toegestuurde formulier om de procedure in gang te zetten niet invult, verliest eenmalig 5% op zijn uitkering. Wie niet komt opdagen wanneer hij wordt opgeroepen voor controle eenmalig 10%. De regering kondigt nu al aan dat dat na evaluatie meer kan worden…

5% op een minimumuitkering is voor een alleenstaande al gauw 40 euro, 10%… dat zijn stevige bedragen voor wie met nog geen 900 euro het eind van de maand moet halen. En we weten uit ervaring hoe snel het fout loopt als mensen hun rechten niet kennen, verloren lopen in het administratieve doolhof… En ja, er zijn ook boetes voorzien voor werkgevers die niet meewerken, maar wat zal dat concreet inhouden, dat ‘meewerken’? De procedure voor boetes aan werkgevers is meteen zó ingewikkeld gemaakt dat alles nu al laat uitschijnen dat zij nauwelijks zullen betalen en dus ook nauwelijks onder druk komen om mee te werken aan de re-integratie van langdurig zieke (kandidaat)werknemers.

Conclusie: deze hele hervorming legt de druk opnieuw eenzijdig bij een zeer kwetsbare groep in onze samenleving en dreigt verder bij te dragen tot uitsluiting en armoede. Het Netwerk tegen Armoede vraagt daarom een grondige bijsturing: het is tijd voor échte kansen op re-integratie - waardige en aangepaste jobs voor al wie dat aan kan, een menselijke behandeling en de garantie op een waardig inkomen voor iedereen. Wat de financiële en andere sancties betreft: hoe sneller die weer verdwijnen hoe liever wij het zien.