Veel werk aan de winkel voor staatssecretaris voor Armoedebestrijding Demir

15/4/2017
Het Netwerk tegen Armoede ziet positieve punten in de beleidsbrief van staatssecretaris voor Armoedebestrijding Zuhal Demir, maar ook grote lacunes. Ze profileert zich als 'advocaat van de armen' binnen de federale regering en zo hoort het ook voor iemand in haar functie. Mensen in armoede hopen dat die rol snel en daadkrachtig opneemt, want het is meer dan nodig om haar collega's aan te sporen tot investeringen in mensen in armoede. Wij hopen ook dat de staatssecretaris enkele zeer pijnlijke besparingsmaatregelen kan tegenhouden en/of ongedaan maken. Zo mag ze meteen aan de slag om de blokkering van wijkgezondheidscentra van minister De Block te helpen terugdraaien. Als zij een volwaardige 'advocaat van de armen' wil zijn, is een intensieve dialoog op het terrein met mensen in armoede een absolute noodzaak. De 59 verenigingen waar armen het woord nemen binnen het Netwerk tegen Armoede staan klaar om het gesprek aan te gaan.

De staatssecretaris focust in haar beleidsbrief heel erg op de wil van mensen in armoede om kansen te grijpen, met de nodige ondersteuning en motivering. Daarbij gaat ze jammer genoeg voorbij aan het fait dat de laagste inkomensgroepen sinds de start van de Vlaamse en federale regering zich veel kansen zagen ontglippen. Gemiddeld leveren zij €50 per maand in, veel kwetsbare groepen worden zelfs nog zwaarder getroffen.

Mensen die voltijds aan het werk zijn, gaan erop vooruit. Helaas komen mensen in armoede heel vaak terecht in tijdelijke of deeltijdse jobs, die hen niet of nauwelijks uit de armoede halen. Zij krijgen het nog moeilijker, net als mensen die moeten overleven met een uitkering. Zij gaan erop achteruit. Dat vertaalt zich in de recordcijfers van het aantal mensen dat een beroep moet doen op de Voedselbanken. Dat is een goede graadmeter voor het falende armoedebeleid in Vlaanderen en België. Wie moet aanschuiven bij de Voedselbank, doet dat als ultieme redmiddel, omdat hij anders niet meer kan overleven. Het is jammer dat de staatssecretaris aan die realiteit voorbijgaat  en zegt dat de regering op de goede weg is. Er is nood aan veel meer duurzame en kwaliteitsvolle jobs voor kortgeschoolden, aan uitkeringen boven de Europese armoedegrens, aan meer in plaats van minder wijkgezondheidscentra, ...

Positief is dat mevrouw Demir een aantal projecten, die goed werk leveren in de praktijk, herkent en erkent, zoals de burgfiguren in Kortrijk. Hopelijk blijft het daar niet bij onderzoek alleen en kunnen dergelijk goed werkende initiatieven snel structureel ondersteund worden.