Contract en gemeenschapsdienst voor leefloners dreigt onze bijstand verder uit te hollen

8/6/2016
Het Netwerk tegen Armoede is meer dan ongerust over de uitbreiding van ‘GPMI’ –een contract dat nu al geldt voor jongeren- naar alle leefloners en de mogelijkheid om in dat contract een ‘gemeenschapsdienst’ te voorzien. Die zou ‘niet verplicht’ zijn maar eens –onder zachte dwang- in het contract wel afdwingbaar. Het is maar hoe je het bekijkt.
 
Vandaag wordt dit wetsontwerp van minister Borsus besproken in de federale commissie Volksgezondheid. Coördinator Frederic  Vanhauwaert: “Wij stellen vast dat minister Borsus weinig rekening houdt met kritische bedenkingen uit wetenschappelijk onderzoek.  Daaruit blijkt duidelijk dat een draagvlak voor deze maatregelen ook bij de OCMW’s zelf ontbreekt. Dat kan ook niet verwonderen. De gemeenschapsdienst levert geen meerwaarde om mensen aan het werk te krijgen, er is de administratieve rompslomp, de hulpverlener wordt nog meer in de rol van controleur geduwd, er is een ernstig risico op verdere uitsluiting en non take up van rechten”.
 
Het leefloon is een bijstandsuitkering, een vangnet onder onze sociale zekerheid.  Steeds meer mensen moeten een beroep doen op die bijstand (bijvoorbeeld door strengere regels in de sociale zekerheid bij de toegang tot minimumpensioen, wachtuitkering enz.)  Onder het mom van responsabilisering wordt dit noodzakelijke vangnet echter meer en meer uitgehold. Op zich is het leefloon (vanaf 1 juni €867,40 /maand voor een alleenstaande) ook onvoldoende om waardig van te leven. Het ligt nog steeds ruim onder de Europese armoedegrens.
 
Er zijn nu al veel voorbeelden van mensen wiens leefloon wordt gekoppeld aan dwingende voorwaarden die niet altijd haalbaar zijn (een betaalbare woning vinden (met een leefloon???), in eerste zittijd slagen op school,…). Er zijn heel wat stopzettingen van leefloon waarbij vragen te stellen vallen.  We weten ook dat net deze groep mensen hiertegen zelden in beroep zal gaan.  Het valt te vrezen dat die trend zich nu alleen maar verder zal doorzetten.
 
Van mensen in armoede weten we dat ze hulpverlening eerder als controle dan steun ervaren en omwille van vele negatieve ervaringen wantrouwig staan ten aanzien van de samenleving.  De kans dat een contract dit alles versterkt is groot.  De kans is klein dat mensen in armoede echt inspraak krijgen bij het opstellen van dit ‘contract’ en de keuze voor gemeenschapsdienst.  Het valt af te wachten op welke manier de GPMI’s en gemeenschapsdienst lokaal vorm zullen krijgen.  Wetenschappelijk onderzoek en buitenlandse voorbeelden tonen aan dat de gemeenschapsdienst mensen langer of zelfs definitief weghoudt van de echte arbeidsmarkt, ook marktverstorend werkt en echte jobs vernietigt, ook doorwerkt nadien omdat mensen geen rechten opbouwen in sociale zekerheid en niet doorgroeien. Het Netwerk vreest voor een verdere verschraling van het recht op leefloon en roept de lokale besturen dan ook op om omzichtig en met respect voor mensen om te gaan met deze maatregelen.
 
Aan de onderkant van de samenleving – daar waar armoede en uitsluiting zich het scherpst laten voelen – heeft het weinig zin om in te zetten op instrumenten die de uitsluiting versterken.  Hier moet men net investeren in mensen; een leefloon boven de armoedegrens, kansen op waardig werk (betaald dus), degelijke huisvesting enz.