Netwerk tegen Armoede roept scholen op om onderwijshervorming in juiste richting bij te sturen

20/1/2017
Na lange onderhandelingen kwam de Vlaamse Regering dan toch tot een akkoord over de nieuwe structuur van het secundair onderwijs. Dat er een akkoord is, wordt gezien als een belangrijke stap voor ons Vlaamse onderwijs. Er zijn een aantal hoopgevende signalen te vinden, en daaraan willen we niet voorbijgaan.  Maar trots op dit akkoord zijn we nog niet. We proberen dat hier kort toe te lichten.

We hadden in de voorbereiding samen met ouders, scholieren en Minderhedenforum o.m. gepleit voor een domein talen, en dat is nu in de matrix opgenomen (Taal en Cultuur). Er komen meer uren algemene vorming in de B-stroom, en daar zijn we blij om, want dat versterkt leerlingen die in de basisschool een aantal doelen ‘gemist’ hebben, om wat voor reden dan ook. We zijn ook blij met de mogelijkheden die zullen worden voorzien om na de 2de graad op te schuiven naar een meer abstracte richting binnen hetzelfde domein. Jongeren die na het 4de middelbaar van een arbeidsmarktgerichte studierichting naar een richting willen van waaruit ze kunnen gaan verder studeren, zullen dat dus (onder voorwaarden) kunnen, waardoor ze meer keuzemogelijkheden krijgen. Studierichtingen zullen ook transparanter worden qua invulling aangezien de koepels samen curriculumdossiers uitwerken. Naar een andere school (zelfs in een ander net) gaan, zal dan wat makkelijker worden.

Maar we juichen niet. We vinden het overzicht van studierichtingen op zich wel overzichtelijk, maar omdat aan scholen zoveel vrijheid wordt geboden om zich op allerlei manieren te organiseren, vermoeden we dat het onderwijslandschap zeker niet transparanter zal worden. Domeinscholen, ‘vakscholen’, ‘aso-scholen’, middenscholen… alles is mogelijk. Bepaalde mechanismen die uitsluiting in de hand werken, kunnen dus blijven bestaan. We kunnen alleen maar hopen dat scholen zich bewust zijn van de positieve kanten van campus- en domeinscholen, en de middelen hebben om zich als dusdanig te organiseren, zodat de verandering van het veld zelf kan komen. Incentives vanuit de overheid kunnen hierin mee sturen. Waar we in de eerste nota blij waren met de schakelopties die werden voorzien in de eerste graad om van de B-stroom naar de A-stroom te gaan, zijn we nu een stuk voorzichtiger. De ‘opstroomoptie’ wordt nu namelijk, zoals het woord zegt, een keuzemogelijkheid voor leerlingen in de B-stroom. Het is dus niet de vanzelfsprekende mogelijkheid om je te ‘versterken’ als leerling van de B-stroom om doelen bij te werken die je, mogelijk door omstandigheden buiten je wil, niet hebt kunnen halen in de basisschool. Opnieuw zal je als leerling en ouder bewust moeten kiezen. En kiezen, hebben we ook in onze armoedetoets gezegd, komt voor kwetsbare gezinnen vaak neer op verliezen.

Structuren en inhoud

Vraag is of dit kader op vlak van armoedebestrijding veel zal veranderen. Maar onderwijs gaat gelukkig niet enkel om structuren, maar ook om inhoud. We vragen dat daar ook grondig werk van gemaakt wordt, en willen daarover gerust meedenken met de betrokkenen. We denken dan aan de versterking van de algemene vorming (PAV) in arbeidsmarktgerichte studierichtingen, aan de vernieuwde eindtermen, aan de inhouden van de geletterdheidsniveaus en curriculumdossiers… Ook wat betreft attestering en leerwegen is er flexibiliteit en differentiatie mogelijk. We hopen daarom dat scholen zelf de mogelijkheden verkennen en toepassen die de sociale ongelijkheid van ons huidige onderwijs doen afnemen, en de gelijke onderwijskansen doen toenemen. Scholen kunnen de onderwijshervorming zo op een sterke manier mee vorm geven.  Wij roepen hen op om die kans met beide handen te grijpen.