Gebrekkige toegang tot referentieadres schendt burgerrechten van daklozen

10/3/2017
Mensen uit dakloosheid halen vraagt een aanpak op vele fronten (toegankelijke en betaalbare huisvesting en gezondheidszorg, een menswaardig inkomen…) en is vaak een proces van vallen en opstaan. Er is echter geen beginnen aan als daklozen geen toegang krijgen tot de sociale en burgerrechten die ook zij hebben. In onze huidige wetgeving staat of valt dit voor de dakloze met het wel of niet beschikken over ‘een adres’ – voor de meeste rechten: een correcte inschrijving in het bevolkingsregister. En net daar loopt het voor de dakloze mis. 
 
De inschrijving van daklozen in het bevolkingsregister is een taak van de gemeenten -en in veel gevallen ook van de OCMW’s- maar loopt al jaren mank: daklozen worden onterecht geweigerd of krijgen onwettelijke voorwaarden opgelegd, worden heen en weer gestuurd… Vervolgens komt de fall out: uitkeringen worden geschrapt, de dakloze raakt niet meer in regel met zijn ziekteverzekering, raakt niet ingeschreven op een wachtlijst voor een sociale woning, kan niet meer opgeroepen worden door de rechtbank… noem maar op.
 
De problemen op het terrein zijn een gedeelde verantwoordelijkheid: niet alle lokale verantwoordelijken doen hier even graag en goed hun werk; de dakloze is niet overal even graag gezien. Maar even goed worden sociale diensten van OCMW’s, bevolkingsdiensten, politiemensen… die écht naar oplossingen zoeken vaak beperkt in hun mogelijkheden om te helpen door onduidelijke, niet-logische of zelfs contraproductieve federale wetgeving.
 
Vandaag organiseerden wij –BAPN, haar regionale netwerken en het Gemeenschappelijk Daklozenfront- een uitwisselingsmoment met externen over deze problematiek. We stelden er een uitgebreid beleidsdossier met beleidsaanbevelingen voor de federale regering voor, het resultaat van uitgebreide gesprekken met vele tientallen (ex-)daklozen.
 
Dit moment is niet toevallig gekozen.
 
Sinds meer dan een jaar proberen wij hierover een dialoog opgestart te krijgen met de bevoegde ministers in de federale regering, hun administraties en de vertegenwoordigers van gemeenten en OCMW’s. Tot nu toe tevergeefs.
 
Op vraag van het kabinet van de eerste minister, formuleerden wij begin 2016, in de aanloop naar het Federaal Armoedebeleidsplan, 4 ‘werven’ waarop wij willen dat –in nauw overleg met ons als vertegenwoordigers van (ex-)daklozen- wordt gewerkt:
 
-Verbetering van de wetgeving, de uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven op de inschrijving in de bevolkingsregisters van daklozen en de maatschappelijke dienstverlening (referentieadres bij het OCMW) (overleg met Binnenlandse Zaken, Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding, gemeenten en OCMW’s)
 
-Uitbreiden van de mogelijkheden in de sociale zekerheid en bijstand om minder afhankelijk te zijn van de inschrijving in het bevolkingsregister (hoofdverblijfplaats of referentieadres) voor de toegang tot uitkeringen en verzekeringen, mogelijkheid om te werken met feitelijke en meer informele contacten met de dakloze (overleg Binnenlandse Zaken, Armoedebestrijding, vakministers verschillende takken sociale zekerheid en bijstand)
 
-Wetenschappelijk onderzoek naar de huidige rechtspraak over de toepassing van de huidige wettelijke mogelijkheden tot inschrijving in het bevolkingsregister van daklozen, dit in aanvulling op de door ons verzamelde ervaringskennis bij (ex-)daklozen.
 
-Wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijkheid om sociale en burgerrechten en –plichten op basis van een identiteit(sbewijs) en onafhankelijk van de inschrijving van een officiële hoofdverblijfplaats in de bevolkingsregisters te organiseren. Vergelijking van enkele buitenlandse cases (zowel in een aantal Europese lidstaten als in de VS en Canada bestaan hier voorbeelden van); juridische verkenning van een mogelijke implementatie in België.
 
Op dit voorstel kwam vooralsnog geen antwoord. In plaats daarvan werd in het Federaal Armoedebeleidsplan aangekondigd dat 1 nieuwe omzendbrief op het referentieadres voor de OCMW’s zal worden uitgewerkt. Niet alleen is dit ruim onvoldoende (er zijn ook wetswijzigingen en wijzigingen aan koninklijke besluiten nodig, met een omzendbrief kan dit niet geregeld + men gaat voorbij aan de andere inschrijvingsmogelijkheden voor daklozen –voorlopige inschrijving, referentieadres bij een particulier, bij een vzw voor de reizende bevolking, inschrijving op het adres van een instelling bij ‘opname’ van de dakloze daar). Er wordt ons ook meegedeeld dat de bevoegde administraties en kabinetten intussen volop werken aan een eigen voorstel, overleg met ons –als belangenorganisaties van de (ex-)daklozen- of de vertegenwoordigers van gemeenten en OCMW’s is vooraf niet meer voorzien. En dit ondanks concrete beloften die ons daarover vóór de voorbije zomer werden gedaan.
 
Vandaag vragen wij dan ook opnieuw met aandrang aan de federale regering om met ons en de gemeenten en OCMW’s rond de tafel te gaan zitten en het huiswerk grondig te doen op basis van de 4 voorgestelde ‘werven’. De vele (tien)duizenden daklozen in dit land verdienen beter dan half werk op basis van 1 omzendbrief die slechts een fractie van deze reeds jaren aanslepende problematiek kan regelen. Aangenomen dat dat de bedoeling is uiteraard, wat we op dit ogenblik nog altijd hopen.

Lees het artike in Gazet Van Antwerpen.

Lees het uitgebreide dossier.