Terug

4. Maatschappelijke emancipatie door sensibilisering en vorming

De vereniging geeft vorming en maakt de samenleving meer bewust van armoede

De inhoud van het criterium volgens het Armoededecreet:

Mensen in armoede helpen groeien om hun burgerrechten volwaardig op te nemen en de maatschappij bewustmaken van de gelijkwaardigheid van mensen in armoede en niet in armoede.

Emancipatie is voor velen een moeilijk woord. We nemen het Van Daele - woordenboek als uitgangspunt: “Emancipatie betekent dat men zich kan vrijmaken van alle beperkingen, dat men streeft om gelijkwaardig te zijn aan anderen.”

Als mensen het woord ‘emancipatie’ in de mond nemen, wordt niet altijd hetzelfde bedoeld:

  • Soms wordt bedoeld dat iemand sterk genoeg in zijn schoenen staat om mee te doen in de samenleving, en dat zijn rechten gerespecteerd worden. Dit heeft dan vooral betrekking op het individu.
  • Meestal betekent emancipatie méér, namelijk meewerken aan vernieuwing van de eigen vereniging en van de samenleving. Dat heeft dan vooral betrekking op de groep van mensen in armoede.
    Deze laatste invulling van emancipatie onderschrijven wij. Emancipatie betekent dan zeker ook dat de ganse groep van mensen in armoede gehoord wordt in de samenleving, dat mensen naar hun mening luisteren, hun voorstellen serieus nemen, dat mensen in armoede betere kansen krijgen om goed te wonen, te werken, te leven, enz.

Wat houdt die definitie in?

A. Wat houdt ‘werken aan maatschappelijke emancipatie’ in?

In het decreet op de armoedebestrijding staan bij het criterium ‘werken aan maatschappelijke emancipatie’ twee belangrijke punten.

  • In een eerste punt staat dat “mensen in armoede moeten geholpen worden om te groeien om hun burgerrechten volwaardig op te nemen.” Dat geeft aan wat verenigingen samen met de vrijwilligers binnen de vereniging zelf kan doen. Het heeft te maken met wat verenigingen kunnen doen, om mensen in armoede te helpen hun rechten op te nemen en zich te emanciperen.

  • In een tweede punt staat dat emancipatie te maken heeft met “de maatschappij bewustmaken van de gelijkwaardigheid van mensen in armoede en niet in armoede”. Dit gaat over wat de vereniging kan doen naar buiten toe, naar de hele samenleving, zodat de mentaliteit verandert en alle mensen meer zouden meewerken aan gelijke rechten voor iedereen.

Werken aan de emancipatie moet dus twee dingen betekenen voor de ‘verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen’:

  • Aan de ene kant moeten de verenigingen aan mensen in armoede hun rechten leren kennen en hen helpen ook iets te doen met die rechten. Doorheen verschillende activiteiten en doorheen de dagelijkse werking, kunnen mensen in de verenigingen bijleren over hun rechten op inkomen, ouderschap, zorg, hulp, wonen, onderwijs ... Ze ondervinden dan dat ze greep kunnen hebben op hun eigen leven, dit in tegenstelling tot het overheersende gevoel dat alles hen overkomt.

  • Aan de andere kant is het nodig dat er in de hele samenleving kansen worden geboden, zodat mensen ook buiten de vereniging hun rechten kunnen uitoefenen. Hier hebben de verenigingen ook een taak: zij kunnen in de samenleving vechten voor gelijke rechten en kansen voor mensen in armoede en niet in armoede. Zo kunnen ze de voorwaarden helpen creëren in de samenleving zodat iedereen zijn rechten kan uitoefenen.
    Het zijn de verenigingen die mee voor die rechten moeten opkomen, maar het waarmaken van de kansen, moet gebeuren door de instanties die ervoor bevoegd zijn (zoals justitie, OCMW, scholen, sociale woningbouwmaatschappijen ...) en de samenleving als geheel die de rechten van mensen in armoede moet leren respecteren en waarmaken.
    Naast het streven naar gelijke rechten, kunnen de verenigingen initiatieven ondernemen om de mentaliteit en het denken over armoede te veranderen. Zo werken de verenigingen aan de voorwaarden die nodig zijn om je rechten te kunnen uitoefenen.

B. Waarom werken aan emancipatie van mensen in armoede?

Werken aan emancipatie van de mensen in armoede is eigenlijk werken aan gelijke rechten en gelijkwaardigheid van alle mensen. Iedereen heeft minstens het recht op een aantal basisvoorzieningen, zoals onderwijs, goede huisvesting, voedsel, een sociaal leven ... zodat hij zijn leven kan uitbouwen. Mensen in armoede hebben vaak te weinig middelen en kansen om aan deze basisbehoeften te voldoen. Bovendien kennen niet alle mensen die in armoede leven hun rechten. Daardoor kunnen ze er moeilijk voor vechten.

Als we een samenleving willen, waarin iedereen gelijkwaardig is, dan moet er iets gebeuren. Mensen moeten bewust worden gemaakt van de gelijkwaardigheid van alle mensen, en moeten gemotiveerd worden om hier ook voor te vechten. Op deze manier wordt gewerkt aan een bewustwording van eigenwaarde: als iemand in armoede tel ik mee in de samenleving, ik heb iets te betekenen voor mezelf en de anderen. Mensen in armoede zelf moeten hun rechten leren kennen en verdedigen om sterker in hun schoenen te staan. Dan kunnen ze anderen erop wijzen dat ze respect verdienen, dat iedereen de plicht heeft je in je rechten te respecteren en dat je gelijkwaardig bent aan anderen.

Het doel hiervan is dat mensen in armoede en niet in armoede gerespecteerd worden in hun rechten en gelijke kansen hebben in het leven, zodat er aan de schrijnende en aan de verdoken armoede iets kan worden gedaan.

C. Hoe werken aan emancipatie?

"Emanciperen kan je leren". Om die uitspraak uit te leggen, hebben we het begrip ‘participatie’ nodig. Immers, emancipatie van mensen is pas mogelijk als mensen een volwaardige plaats krijgen, verantwoordelijkheid mogen opnemen en mee kunnen bepalen wat er rond hen gebeurt. De enige manier om te leren voor jezelf op te komen, is door het te (mogen) doen. En hierbij hebben we het begrip ‘participatie’ nodig.

Participatie van mensen in een vereniging wil niet alleen zeggen dat mensen hun gedacht mogen zeggen, maar dat zij ook mee beslissen in alles wat er in de vereniging gebeurt. Participatie en emancipatie kunnen daarom worden gezien als twee handen op één buik: wie niet mee mag beslissen, is eigenlijk niet helemaal gelijkwaardig, leert zijn rechten ook niet kennen en leert er niet voor te vechten.

Gelijkwaardigheid van mensen in armoede en niet in armoede moet dus starten in het klein: binnen de eigen vereniging moet de participatie van mensen in armoede centraal staan. Dit wil zeggen dat mensen in armoede in hun eigen vereniging meepraten en mee-denken. Die dialoog schept kansen tot leren , want mensen leren beter dingen verwoorden en worden sterker.
En zo komen we opnieuw bij de uitspraak ‘emanciperen kan je leren’. Hiermee wordt dan bedoeld dat het mogelijk is om samen te werken aan de emancipatie van de deelnemers in een vereniging door heel wat verschillende activiteiten organiseren. Zo zitten er bijvoorbeeld leermomenten in activiteiten met aandacht voor de binnenkant en het zelfwaardegevoel van mensen, zoals praatgroepen. Maar ook het werkproces in het kader van structurele activiteiten biedt kansen om het zelfwaardegevoel te verhogen, door een bijdrage te leveren aan de armoedebestrijding - voor zichzelf maar vooral ook voor andere mensen in armoede, in solidariteit. Of door verantwoordelijkheden op te nemen in de vereniging: praktisch, op het vlak van communicatie, of door vorming te geven.

Emancipatie van mensen in armoede is natuurlijk niet alleen binnen de verenigingen belangrijk. Alle ‘verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen’ proberen er ook op één of andere manier voor te zorgen dat mensen in armoede ook in de samenleving worden gerespecteerd door overheden, diensten en organisaties en door alle mensen. Dit kan op verschillende manieren:

  • mogelijkheden scheppen om het isolement van mensen in armoede te doorbreken
  • werken aan voorwaarden die nodig zijn zodat mensen in armoede hun rechten kunnen uitoefenen: mogelijkheden scheppen tot inspraak (bijvoorbeeld de Algemene Vergadering van het Vlaams Forum Armoedebestrijding, het beklemtonen van de rechten van mensen in armoede bij de overheid i.v.m. een bepaald thema ...).
  • werken aan een verandering van de mentaliteit in het denken over armoede. Dat moet ten goede komen van de maatschappelijke positie van mensen in armoede. Mensen in armoede moeten ‘gezien’ worden èn ze moeten gezien worden als gelijkwaardig, als mensen die net evenveel waard zijn als alle andere mensen.
  • door netwerken en samenwerkingsverbanden uit te bouwen. Hier bedoelen we dat een vereniging in zijn geheel ‘emancipeert’ of ‘sterker’ staat door samen te werken met andere verenigingen, diensten, organisaties en de overheden. Ze heeft dan meer slagkracht om de rechten van mensen in armoede mee te verdedigen.

Volg ons


Blijf op de hoogte

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief

Steun ons nu

Uw steun helpt mensen om een toekomst uit te bouwen en de strijd aan te binden met armoede en sociale uitsluiting. Samen met mensen in armoede zoeken we naar structurele oplossingen die écht werken.

Steun ons
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikersgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord.  Lees meer.