3. Mensen in armoede nemen het woord

Mensen in armoede delen hun ervaring en bouwen mee aan de vereniging
De inhoud van het criterium volgens het Armoededecreet:
Het creëren van voorwaarden opdat mensen in armoede het woord kunnen nemen, met als einddoel een volwaardige gesprekspartner in de samenleving te vormen. Daartoe organiseren de verenigingen activiteiten die de kans bieden om deze vaardigheden te ontwikkelen. Mensen in armoede moeten in de gelegenheid gesteld worden in de eigen vereniging ritme, snelheid en inhoud te bepalen.
Wat houdt die definitie in?
In tegenstelling tot wat het op eerste zicht laat uitschijnen, betekent dit niet dat mensen in armoede hulpeloze wezens zijn die volledig afhankelijk zijn van niet-armen die hun goede wil tonen en hen ook maar eens aan het woord laten.
Wèl gaat men ervan uit dat mensen in armoede - evengoed als anderen - mondig kunnen zijn, maar dat de omstandigheden soms het spreken niet toelaten. De vereniging moet dus de voorwaarden scheppen opdat mensen in armoede het woord kunnen nemen.
Het gaat dus om twee zijden van dezelfde medaille:
- Enerzijds is het aan de vereniging en aan de mensen niet in armoede om de voorwaarden te creëren die nodig zijn opdat mensen in armoede het woord kunnen nemen. Een aantal van deze voorwaarden staan onder punt C (‘hoe kunnen mensen in armoede het woord nemen’) verder uitgewerkt.
- Anderzijds gaat het om de mensen in armoede die het woord zelf in handen nemen: ‘men zal naar ons luisteren’. Ze tonen zich mondig indien de voorwaarden hiertoe vervuld zijn en komen ervoor op om gehoord te worden.
Het woord nemen moet niet alleen letterlijk worden verstaan. Mensen kunnen ook aan bod komen door te tonen wat ze kunnen, door een taak op te nemen en daarvoor erkenning te krijgen, door dingen die ze maken aan anderen voor te stellen en met hen te delen. Vaak zullen zwijgzame mensen zich op een andere manier aan anderen tonen dan door veel te praten. De verenigingen moeten dus ook aandacht hebben om mensen die liever iets doen voor anderen dan voortdurend te praten, hiervoor ook te waarderen.
Het doel ligt erin dat mensen in armoede een volwaardige gesprekspartner in de vereniging en in de gehele samenleving worden en zijn.
Mensen in armoede moeten in hun vereniging het ritme, de inhoud en de werkwijze bepalen. Zij kunnen samen vanuit het ervaren van een interesse, samenhorigheid, nood, behoefte, verlangen, wens … voorstellen doen voor activiteiten, voor veranderingen in de vereniging. Er moet actief gewerkt worden vanuit die voorstellen.
Het is belangrijk dat beslissingen in een vereniging niet boven de hoofden van de mensen in armoede genomen worden. Mensen in armoede vormen de belangrijkste gesprekspartner bij het zoeken naar een degelijke werking die aan hun verwachtingen tegemoetkomt.
Het woord nemen start in de vereniging. Dat gaat zowel op voor mensen in armoede onder elkaar, in de groep, mensen in armoede tegenover professionele of vrijwillige krachten tot eventueel ook in de raad van bestuur.
Ook in de samenleving kunnen mensen in armoede het woord nemen. Zij moeten steeds uitdrukkelijk een gesprekspartner zijn bij het zoeken naar structurele maatregelen in armoedebestrijding. Zij kunnen samen vanuit ervaringen de mechanismen en gevolgen van uitsluiting verwoorden en voorstellen doen tot verandering. Er moet actief gewerkt worden vanuit die voorstellen. Mensen in armoede moeten niet altijd alleen maar vragende partij zijn, zij hebben ook iets te bieden.
Onder de samenleving wordt niet alleen de overheid verstaan, maar ook diensten, de gewone mens, vrienden, kennissen, de bakker en de slager, leerkrachten, de ouders van een vriendje van één van je kinderen, enz. Mensen in armoede moeten ook ten opzichte van elk van hen het woord kunnen nemen en met elkaar het gesprek aangaan over de velen kanten van het leven en samen leven.
"Het woord nemen" moet gezien worden in de dagdagelijkse context van het gezinsleven, het werk, de school, de dienstverlening. Waar de nood ervaren wordt om het woord te nemen, ligt een kans om dit te leren. Dit kan complex zijn. Soms stapelen probleemsituaties zich op en is het een hele klus om terug vertrouwen te krijgen, mondig te worden.
In de verenigingen kan gesproken worden over de dagelijkse gebeurtenissen, over hoe men dingen beleeft en aanpakt, over ervaren problemen, enz. en men kan hierrond iets doen (gesprekken, vorming, training, begeleiding, meegaan op afspraak bij diensten, enz.)
Werken in groepen kan een aantal leermomenten bieden om vaardigheden te ontwikkelen zoals een mening formuleren, gevoelens verwoorden, spreken in groep, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen …
Mensen in armoede moeten in een vereniging de kans krijgen mee te doen in de raad van bestuur. vormt De raad van bestuur vormt een uitstekende leerplek om het woord te nemen als de leden de tijd laten aan iedereen om uit te spreken, om uitleg te geven en te vragen, mensen met verschillende opvattingen aan bod laat komen en af en toe de werkwijze bespreekt en aanpast.
Nogmaals wijzen we erop dat ‘het woord nemen’ begint in de vereniging zelf. De werkwijze, het tempo, de inhoud en de organisatie van de gehele werking in de vereniging moet aangepast zijn aan mensen die in armoede leven. Ze moeten de kans krijgen om hun mening te zeggen, verantwoordelijkheid te dragen en mee beslissingen te nemen.
Opdat mensen in armoede het woord kunnen nemen moeten mensen in armoede en niet in armoede zelf bepaalde houdingen en vaardigheden ontwikkelen. Dit zijn de basisvoorwaarden die vervuld moeten zijn. We denken hierbij onder andere aan het ontwikkelen van:
een houding van gelijkwaardigheid
Mensen in armoede en niet in armoede moeten vertrekken van een positie van gelijkwaardigheid. Mensen zijn niet "gelijk", ze hebben andere ervaringen en houdingen. Ze zijn wel "gelijkwaardig", wat betekent dat de ene niet beter is dan de andere. Er is respect nodig voor verschillende levenswaarden, gedragingen en manieren van ontspanning, kortom voor het anders zijn van anderen. Alle betrokkenen moeten erkennen dat ze van elkaar kunnen leren.luisterbereidheid
Mensen in armoede beheersen vaak niet het taalgebruik van andere mensen. Ze moeten soms enorme inspanningen leveren om hun mening te vormen en zich verstaanbaar uit te drukken. In de eerste plaats zijn het de mensen niet in armoede die een actieve luisterbereidheid aan de dag moeten leggen. Ze moeten niet alleen luisteren naar wat mensen in armoede te zeggen hebben. Ze moeten er ook rekening mee houden en hen mee laten beslissen in minder belangrijke maar ook in heel belangrijke zaken.
Maar ook mensen in armoede moeten leren luisteren naar wat anderen inbrengen. Wanneer iemand het woord neemt, moet die ook kunnen inspelen op de reacties die bij een bepaald onderwerp naar voren gebracht worden door anderen.geloof in de kracht van armen
Iemand moet niets in de plaats doen van de mensen in armoede, maar hen de kans geven om zelf dingen aan te pakken, te organiseren, te beslissen. Soms geloven mensen in armoede zelf niet in hun kracht en het kan heel moeilijk zijn om hen in hun eigen kracht of die van andere mensen in armoede te doen geloven.
Het woord nemen moet gebeuren in solidariteit: niet alleen voor jezelf spreken, niet alleen zelf spreken, maar ook voor anderen en met anderen. Wanneer je zelf het woord leert nemen maar vervolgens alle aandacht opeist en niet meer naar de anderen luistert, dan gaat dat ten koste van anderen en dat is niet de bedoeling. Het is noodzakelijk diegenen die nog zwak zijn, steeds te ondersteunen.