5. Thematisch werken aan maatschappelijke structuren

We bespreken gemeenschappelijke problemen van mensen in armoede en doen voorstellen voor verbetering
De inhoud van het criterium volgens het Armoededecreet:
Zij streven solidariteit na tussen mensen in armoede en de samenleving. Daartoe organiseren zij vormingsactiviteiten en zoeken actief partners in de samenleving om kennis over armoede, vanuit de ervaring van mensen in armoede, uit te wisselen en misverstanden, vooroordelen en uitsluitingsgedrag bloot te leggen.
Wat houdt die definitie in?
De maatschappij is op een bepaalde manier gestructureerd. Dat wil zeggen dat mensen een bepaalde plaats hebben en een bepaalde rol spelen in de maatschappij en dat er bepaalde normen, regels, wetten en gewoonten bestaan in verband met wonen, werken, gezondheid,…
Die algemene gang van zaken zorgt ervoor dat de samenleving overzichtelijk en ordelijk blijft. Structuren leiden het samenleven in goede banen, of dat zou althans zo moeten zijn … Maar er zijn ook slechte structuren of ontbrekende structuren. Dat leidt er mede toe dat armoede ontstaat, dat armen van bepaalde domeinen in de samenleving uitgesloten worden, dat armoede blijft bestaan.
Wanneer men werkt aan de maatschappelijke structuren, probeert men hieraan iets te doen. Als groep evalueert men in een vereniging de structuren van de maatschappij. Dit wil zeggen dat men in de vereniging werkt rond zaken die het armen moeilijk maken en nagaat in welke mate de organisatie van de samenleving, van de hulpverlening, en van het beleid daarin een rol spelen. Men legt de knelpunten binnen de ‘maatschappelijke structuren’ bloot en doet voorstellen die tot verbetering van de situatie leiden. Met andere woorden: men duidt aan waar en hoe het beter kan.
Men spreekt er niet enkel over in de vereniging, maar zorgt er ook voor dat de resultaten van de gesprekken aan de verantwoordelijken van de samenleving worden overgebracht, of dat deze laatsten deelnemen aan de gesprekken. Een volgende stap is dat de woorden omgezet worden in daden. Dit is echter niet gemakkelijk.
Werken aan de maatschappij is heel moeilijk als je alleen staat. Daarom is dit iets dat door de hele vereniging moet gebeuren. Dat betekent dat zowel mensen in armoede als niet in aramoede in de vereniging de handen uit de mouwen moeten steken:
- Mensen in armoede, omdat zij diegenen zijn die de knelpunten in de samenleving het best ondervinden; zij weten het beste wat er mank loopt.
- Mensen niet in armoede, omdat zij soms meer informatie kunnen geven over hoe het beleid in elkaar zit en welke toepassing dit heeft op het dagelijkse leven.
Samen is hier dus het sleutelwoord!
Ook buiten de vereniging zijn mensen nodig die willen meewerken:
- Enerzijds denken we dan aan beleidsmensen (gemeenteraadsleden, parlementsleden, burgemeesters, ministers, bestuurders van organisaties, enz.). Zij moeten openstaan voor de voorstellen van de verenigingen en de veranderingen proberen door te voeren.
- Anderzijds mogen we de mening van de ‘man in de straat’ niet vergeten. Zolang mensen in armoede in de publieke opinie uitgesloten blijven, kunnen zij weinig bereiken. Om echt iets aan maatschappelijke structuren te veranderen, is een mentaliteitsverandering nodig. Mensen moeten zich bewust worden van wat armoede is, en hoe het ontstaat, zodat ze mensen in armoede als gelijkwaardig gaan respecteren.
Eén doel van het werken aan de structuren in de maatschappij is – zoals reeds gezegd werd – het teweegbrengen van een mentaliteitsverandering in de samenleving. Zowel mensen in armoede als niet in armoede moeten beseffen dat het een meerwaarde betekent dat mensen in armoede betrokken zijn bij het beleid. Het samenwerken is positief omdat mensen in armoede over specifieke ervaring en ervaringsdeskundigheid - ook expertise genoemd - beschikken. Het beleid moet daarom de mensen in armoede zelf betrekken om hen beter te begrijpen. Maar louter de ‘aanwezigheid’ van mensen in armoede is niet voldoende! Het beleid moet ook bereid zijn tot aanpassing van het beleid aan de noden van de mensen in armoede.
We hebben reeds een aantal keer benadrukt dat participatie van mensen in armoede en overleg belangrijk zijn. We mogen echter niet vergeten dat het uiteindelijke doel is om die woorden om te zetten in daden.
Het uiteindelijke doel van het werken aan maatschappelijke structuren, is het bestrijden van armoede. Dit kan via het veranderen van bepaalde structuren binnen de maatschappij. Op lange termijn moet niet alleen de situatie van de enkeling veranderen, maar armoede als fenomeen moet verdwijnen.
Wat betreft de beeldvorming rond armoede spelen de media vaak een belangrijke rol. Vaak worden mensen in armoede enkel in negatieve zin in de kijker geplaatst (bv. als ze op straat worden gezet, bij slechte staat van woning, enz.). Wil er een mentaliteitsverandering komen, zullen ook de media hierin een belangrijke taak te vervullen hebben. De media moeten mensen in armoede meer als mondige mensen laten zien, als mensen die iets te bieden hebben. De rol van de media ligt er in de juiste informatie te verstrekken, vooroordelen op te helderen, solidariteit te versterken … Het kan een taak zijn van verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen om de media attent te maken op deze rol.
Dit is echter niet de enige manier. Ook via ‘participatie van mensen in armoede aan het beleid’ moet hieraan gewerkt worden. Laten we daar wat dieper op ingaan.
We gaven reeds aan dat ‘participatie’ in de vereniging zelf moet beginnen. Mensen in armoede moeten niet vrijblijvend betrokken worden bij het beleid van de eigen organisatie; ze moeten ook de kans krijgen om het mee te bepalen. Zij moeten de kans krijgen om zelf verantwoordelijkheden op te nemen in het beheer van hun vereniging.
Daarnaast moeten mensen in armoede de kans krijgen te participeren op alle beleidsniveaus (nationaal, provinciaal, regionaal …) en bij alle beleidsinstanties ( economie, cultuur, onderwijs …).
Er is een driehoeksoverleg nodig. Dit wil zeggen dat drie partijen samen moeten streven naar een betere samenleving. In het geval van de armoedebestrijding zijn dat
- de overheid: het gaat hier in de eerste plaats om de bevoegde Vlaamse en federale ministers. Maar het gaat ook om alle andere federale en Vlaamse ministers omdat armoede een thema is dat te maken heeft met álle maatschappelijke sectoren. Elke wetgeving zou rekening moeten houden met de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Naast de ministers behoren ook alle parlementen, provincieraden, gemeenteraden, en ook de gerechtelijke en uitvoerende organen tot de overheid.
- diensten en organisaties - zowel publieke als private - die een actieve rol kunnen spelen bij het bestrijden van de armoede door de diensten of ondersteuning die zij zouden moeten bieden (welzijnssector, dienstverlening, onderwijs, justitie ...)
- mensen in armoede via hun verenigingen
In dat driehoeksoverleg moeten de maatschappelijke structuren en de beleving van armoede inzichtelijk gemaakt en/of geëvalueerd worden. Werken volgens de dialoogmethode en rechtstreekse contacten tussen de partijen zijn hierbij aangewezen.
De samenwerking met overheden en allerhande organisaties vraagt wel een aangepaste werkvorm. Organisaties, diensten en overheden praten immers vaak in abstracte, hoogdravende taal. Ze moeten leren zich op zo’n manier uit te drukken dat iedereen hen kan begrijpen. Ze moeten inspanningen leveren om hun werking en diensten op een begrijpbare manier te laten kennen. Bovendien moeten mensen in armoede mee de inhoud, snelheid en werkwijze in het werken aan maatschappelijke structuren kunnen bepalen.
Bij het werken aan maatschappelijke structuren is het heel belangrijk om netwerken en samenwerkingsverbanden uit te bouwen. Zoals reeds eerder aangegeven, is werken aan maatschappelijke structuren heel moeilijk als je alleen staat. Daarom is het nodig de krachten te bundelen, niet alleen binnen de vereniging, maar ook erbuiten. Verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen kunnen in de strijd tegen armoede best samenwerken met gelijkaardige verenigingen, met andere organisaties, met partners uit het werkveld enz. Samen staan ze sterker. De stem wordt krachtiger en maakt zo meer kans om gehoord te worden.