12-05-2019

Tien prioriteiten voor de verkiezingen 2019

Terug

De Vlaamse, federale en Europese verkiezingen komen steeds dichterbij. Op 26 mei trekken we alweer naar de stembus. Het Netwerk tegen Armoede wil graag tien prioriteiten verwezenlijkt zien in de volgende regeerperiode. de prioriteiten zullen de basisleidraad vormen bij de onderhandelingen voor het regeerakkoord. De tien prioriteiten bestrijken verschillende grondrechten. Zo pleit het Netwerk natuurlijk voor het optrekken van de laagste uitkeringen tot de Europese armoedegrens, maar ook voor een garantie op duurzaam en kwaliteitsvol werk, een veralgemeende derdebetalersregeling, een automatische toekenning van sociale tarieven voor abonnementen van openbaar vervoer, etc.

Armoedebestrijding moet dé prioriteit zijn van de volgende Vlaamse en Federale regering. Het Netwerk tegen Armoede formuleerde samen met haar verenigingen tien prioriteiten voor armoedebestrijding voor de volgende vijf jaar. Deze prioriteiten willen we minstens gerealiseerd zien in de volgende regeerperiode om op die manier een verschil te kunnen maken voor mensen in armoede.

1. De laagste uitkeringen omhoog

Toereikende en toegankelijke inkomens zijn een absolute eerste voorwaarde om armoede op een structurele manier te kunnen bestrijden en iedereen een leven in waardigheid te kunnen garanderen. De huidige en vorige federale regeringen hebben terecht in hun regeerakkoord opgenomen dat de laagste inkomens verhoogd moeten worden tot boven de armoedegrens. Dit engagement werd echter nooit omgezet in de praktijk.
Wij willen dat de laagste uitkeringen worden opgetrokken tot boven de Europese armoedegrens. Hiervoor is een uitgewerkt en becijferd plan nodig met een concreet en duidelijk budget.

2. Geconventioneerde huur en Vlaamse praktijktesten

30% van de private huurders houdt onvoldoende inkomen over om menswaardig te leven na het betalen van de huur. Voor private huurders uit het eerste inkomensquintiel gaat het om 89%. 47% van de private woningen is van ontoereikende kwaliteit. Het aandeel woningen van ontoereikende kwaliteit is het grootst bij lage inkomensgroepen, alleenstaanden en eenoudergezinnen. De kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de private huurmarkt moet omhoog. Prioritaire aandacht moet gaan naar de onderste segmenten van de huurmarkt.

Om zowel de betaalbaarheid als de kwaliteit van de private huurmarkt te verhogen, moet er een systeem van geconventioneerd huren worden uitgewerkt. Binnen dat systeem verhuren verhuurders een kwaliteitsvolle woning tegen een betaalbare en geplafonneerde huurprijs in ruil voor financiële stimulansen (premies, aftrek, etc). Om de toegang tot de private huurmarkt te verhogen pleiten we voor Vlaamse praktijktesten. Daarbij moet ook discriminatie op basis van inkomen meegenomen worden.

3. Meer en kwaliteitsvollere sociale woningen

In de vorige regeerperiode is sterk geïnvesteerd in de renovatie van sociale woningen. Toch zijn er nog ongeveer 20% sociale woningen met een of meerdere structurele gebreken. Deze woningen moeten gerenoveerd worden en dat tegen de vooropgestelde ERP-deadlines. Daarnaast moet de woningkwaliteit binnen de sociale huisvesting gemonitord worden en moet er een concreet renovatieactieplan uitgewerkt worden met concrete cijfers, doelstellingen en budget.

Investeren in renovatie is echter niet voldoende. Er moeten meer sociale woningen worden gebouwd. Op termijn is minstens een verdubbeling van het aanbod nodig om de wachtlijsten te kunnen wegwerken. Bovendien worden ook renovaties bemoeilijkt door een gebrek aan aanbod. Het zijn immers de verhuisbewegingen die van renovatieprojecten complexe operaties maken.

In de volgende regeerperiode willen wij minstens een verdubbeling van budget en bouwritme van sociale woningen. Dat betekent dus minstens 5000 extra sociale huurwoningen per jaar. Daarnaast moet er een nieuw en ambitieus groeipad voor sociale woningen uitgetekend worden met een concreet budget.

4. Een gedifferentieerde maximumfactuur én een gedifferentieerde schooltoelage in het secundair onderwijs

Het basisonderwijs werkt al langer met een maximumfactuur. Het probleem van betaalbaarheid stelt zich daardoor minder in dat onderwijsniveau, maar wel steeds meer in het secundair onderwijs. De kosten voor het secundair onderwijs lopen sterk uit elkaar en zijn schoolafhankelijk maar ook afhankelijk van de studierichting.

Om de onderwijsongelijkheid tegen te gaan, moet één van de uitgangspunten zijn dat elk kind in de 'juiste' studierichting zit. De kost van een studierichting is nu medeverantwoordelijk voor het feit dat dat niét het geval is. Hierdoor gaat talent verloren en stromen jongeren ongekwalificeerd uit. Een gedifferentieerde maximumfactuur én een gedifferentieerde schooltoelage, op maat van de studierichting, dwingt scholen om na te denken over de keuzes die ze maken en de kosten die ze aan ouders doorrekenen. Om een richtbedrag naar voor te kunnen schuiven, moeten de resultaten van de studiekostenmonitor worden vrijgegeven. Eens we zicht hebben op de gemiddelde kost van een studierichting, kunnen ook de bedragen van de schooltoelagen bekeken worden, en waar nodig bijgestuurd.

5. Garantie op kwaliteitsvol werk met een waardig loon

Ondanks een hogere jobcreatie blijven ook de armoedecijfers hoog. Het stijgend aandeel van uitzendarbeid, deeltijdse en tijdelijke jobs, de snelle opmars van flexi-jobs en het nieuwe stelsel van onbelast bijklussen baart ons grote zorgen. De kloof tussen duurzame jobs met een waardig inkomen en flexibele, slecht betaalde jobs dreigt hiermee nog groter te worden, met als gevolg een steeds groter wordende groep werkende armen. Bovendien blijven bepaalde groepen zoals kortgeschoolden, ouderen, mensen met een arbeidsbeperking of migratieachtergrond het erg moeilijk hebben op onze arbeidsmarkt.

Om hierop een antwoord te bieden, is er nood aan meer dwingende maatregelen zoals goed omkaderde diversiteitsplannen en positieve acties met duidelijke streefcijfers. Daarnaast pleiten we voor minder lineaire RSZ-verlagingen en meer selectieve steun aan groepen die het erg moeilijk hebben op onze arbeidsmarkt door bijvoorbeeld te investeren in opleiding en bijkomende tewerkstellingsinstrumenten. Tot slot beklemtonen wij dat een job in het normaal economisch circuit niet voor iedereen een haalbare kaart is. Wij vragen daarom extra investeringen in de sociale economie via een jaarlijks groeipad van 1000 bijkomende plaatsen.

6. Een veralgemeende derdebetalersregeling bij de huisarts, altijd en voor iedereen

Mensen met een laag inkomen die gebruik kunnen maken van de derde betalerregeling stellen gezondheidszorg minder vaak uit. Sinds 2015 is de derdebetalerregeling in de eerstelijnszorg er voor iedereen met Verhoogde Tegemoetkoming (VT). Een deel van de groep rechthebbenden op VT, krijgt
echter nog altijd geen VT (omdat het voor hen niet automatisch kan en zij dit niet aanvragen, omdat verwerking van hun gegevens zorgt voor vertraging van toekenning van VT, …). Daarnaast is er een belangrijke groep van mensen met een inkomen (al dan niet tijdelijk) net boven de VTinkomensgrens, die gezondheidsuitgaven durven uitstellen om financiële redenen. Mensen die
recht hebben op de derdebetalersregeling moeten dit zelf vragen bij de huisarts. Vaak gebeurt dit niet, uit schaamte of omdat men geen weet heeft van dit recht. Een veralgemening van de derdebetalersregeling voor iedereen bij de huisarts lost dit op.

Daarnaast vragen wij een uitbreiding van de derdebetalersregeling naar andere zorgverstrekkers, met prioriteit voor de eerste lijn, zoals tandzorg en kinesitherapie. Dit telkens wel met oog voor ongewenste neveneffecten (invloed op voorschrijfgedrag/verhoogde aanrekening bepaalde behandelingen…) voor de gezondheidszorg en de ziekteverzekering.

7. Een VSB-bijdrage van 0 euro voor mensen met verhoogde tegemoetkoming

De Vlaamse Sociale Bescherming (VSB) heeft de ambitie stapsgewijs meer systemen van sociale bescherming in te kantelen. Tegelijk zijn de noden in de zorg en dus ook de nood aan middelen hoog. Het Netwerk verzet zich tegen een verdere verhoging van de premie voor VSB. Financiering van extra bescherming of hogere kosten door verhoogde zorgnood van grotere groepen dient voor het Netwerk uit algemene middelen te komen. De premie mag – zoals nu het geval is - hoogstens als een ‘toegangsticket’ fungeren en mag niet mee stijgen met de extra uitgaven.

Wij vragen een uitbreiding van het 0-tarief. Momenteel is reeds voor bepaalde
‘behartigenswaardige’ situaties (bijstandsuitkeringen/attestering OCMW) een kwijtschelding van de premie voorzien. De logica is dat men waar mogelijk mensen onder de armoedegrens een kwijtschelding geeft. Maar dit laat nauwelijks automatisering toe. Wanneer we het 0-tarief uitbreiden tot rechthebbenden op VT, betekent dit dat we ook een kleine groep van mensen die net boven de armoedegrens zitten, meeneemt. Het grote voordeel is dat we op die manier het 0-tarief veel sterker kunnen automatiseren. Gezien de vaak hoge gezondheidsuitgaven en moeilijke situatie waarin deze mensen zich bevinden, is dit perfect verdedigbaar. Aanvullend moet gezocht worden naar een snellere doorstroom van gegevens over wie de VT-gerechtigden zijn.

8. Automatische toekenning van de sociale tarieven bij de Lijn en de NMBS

Vervoersarmoede blijft een groot probleem in Vlaanderen. Mensen ervaren grote drempels om werk te zoeken, opleidingen te volgen of aan vrijetijdsparticipatie te doen. Veel mensen in armoede beschikken niet over een wagen en zijn aangewezen op het openbaar vervoer.

Om de financiële drempel te verlagen vragen wij een automatische toekenning van de sociale tarieven bij De Lijn en NMBS. De Lijn heeft VT- en VG-abonnementen, waardoor mensen met een laag inkomen goedkoop kunnen reizen. Alleen moeten ze dit wel zelf aanvragen. Enkel voor wie al een VT- of VG-abonnement heeft, wordt proactief nagegaan of dat recht nog geldt. Bij de NMBS bestaat de mogelijkheid om via de elektronische identiteitskaart proactief na te gaan of iemand recht heeft op een tarief verhoogde tegemoetkoming, maar dit wordt nog niet automatisch of systematisch toegepast.

Wij pleiten voor een volledig automatische toekenning van sociale tarieven. Wanneer iemand een ticket of abonnement koopt, zou via de elektronische identiteitskaart (of een ander systeem) automatisch moeten nagegaan worden of er recht is op verhoogde tegemoetkoming.

9. Algemene en toegankelijke schuldhulpverlening voor iedereen en een structureel schuldenplan op federaal niveau

De schuldenproblematiek in België blijft groot: in 2017 stonden 363 573 Belgen bij de Nationale Bank geregistreerd met een minstens één achterstallig krediet (3,7% van de bevolking), waren er 93.565 lopende dossiers van collectieve schuldenregeling en moesten 59.929 Vlaamse gezinnen een beroep doen op de schuldhulpverlening of budgethulpverlening.

We vragen dat de toekomstige federale regering snel werk maakt van een integraal en structureel schuldenplan dat een einde maakt aan de misbruiken van de schuldenindustrie en de fundamentele rechten waarborgt van mensen met een overmatige schuldenlast. Dit schuldenplan moet minstens bestaan uit een betere regulering van de minnelijke invordering die de schuldenindustrie aan banden legt, een hervorming van de gerechtelijk invordering met aandacht voor de regulering van de activiteiten van deurwaarders en een grondige evaluatie en hervorming van de wet op de collectieve schuldenregeling.

Ook de Vlaamse Regering draagt een belangrijke verantwoordelijkheid. De toekomstige Vlaamse Regering moet werk maken van toegankelijke en kwaliteitsvolle schuldhulpverlening voor elke Vlaming. De recente doorlichting van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling door de Vlaamse zorginspectie bevestigt immers nogmaals wat mensen in armoede al langer signaleren: de toegankelijkheid en kwaliteit van de schuldhulpverlening verschilt sterk van gemeente tot gemeente en laat vaak te wensen over. Een aanzienlijke financiële injectie zal nodig zijn om die algemene, toegankelijke en kwaliteitsvolle schuldhulpverlening te realiseren.

10. Garantie op vrije tijd voor iedereen en overal, lokaal en bovenlokaal

Vanaf 2020 zal de mogelijkheid voor mensen in armoede wegvallen om lokaal te participeren in steden of gemeenten waar geen lokaal netwerk is. Dit zal een grote impact hebben op het sociale en culturele leven van veel mensen in armoede. Wij wensen dat de basisrechten op gebied van vrije tijd zowel op lokaal als op bovenlokaal niveau voor iedereen in Vlaanderen en Brussel gegarandeerd worden.

Wij willen dat de Vlaamse regering verzekert dat mensen in armoede ongeacht waar ze wonen toegang hebben tot een betaalbaar en toegankelijk vrijetijdsaanbod. Verder willen we dat er blijvend in ingezet wordt op de UiTPAS en dat er geinvesteerd wordt in aanbod, communicatie, ondersteuning en toeleiding in elke Vlaamse en Brusselse gemeente. Daarbij mag ook toeleiding over verschillende beleidsdomeinen heen zoals, cultuur, jeugd, toerisme, sport, onderwijs, welzijn,… niet vergeten worden. Daarnaast vragen we om werk te maken van een algemene Vlaamse vrijetijdspas die mensen in armoede in heel Vlaanderen en Brussel lokaal, bovenlokaal én buiten de eigen regio kunnen gebruiken.

10 prioriteiten voor armoedebestrijding (pdf)

Lees de 10 prioriteiten voor armoedebestrijding

Blijf op de hoogte

Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief


Volg ons

Steun ons nu

Uw steun helpt mensen om een toekomst uit te bouwen en de strijd aan te binden met armoede en sociale uitsluiting. Help mensen in armoede zichzelf te helpen.

Steun ons
Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikersgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord.  Lees meer.